Categoriearchief: historie

Eeuwfeest B.A.N.S.

Zaterdag is het feest in het buurtje rond de Laan van Minsweerd en enkele zijstraten. De Bond Ambtenaren Nederlandse Spoorwegen, kortweg B.A.N.S. bestaat 100 jaar! De woningstichting met 168 woningen is al een eeuw lang zelfstandig, een knappe prestatie in tijden van groeiende, complexe regelgeving.

Spoorwegpersoneel
Ben Golstein, een spoorman in hart en nieren, woont er sinds 1974 en zat jarenlang in het bestuur van de B.A.N.S. en kent de historie van het woonblok als geen ander. “Na de fusie van twee spoorwegmaatschappijen in 1917 ontstond de Nederlandse Spoorwegen (NS). Die bouwde naast het centraal station een nieuw hoofdkantoor dat nu de Inktpot heet. Het kantoorpersoneel dat voor het werk naar Utrecht verhuisde richtte de B.A.N.S. op om gezamenlijk woonruimte te bouwen. Tot op de dag van vandaag heeft spoorwegpersoneel voorrang om hier te wonen.”

Geen fraaidoenerij
De toen nog 162 zelfstandige woningen plus dienstwoning aan de Hendrick de Keyserstraat 72 voor de conciërge zijn in 1922 opgeleverd als tuindorp. Aan de voorkant keken de eerste bewoners uit op de (oude) Kromhoutkazerne en uitgestrekte landerijen. “De Rijksweg 22, de latere Waterlinieweg, was er nog niet. Aan de achterkant kregen de benedenwoningen een tuin met schuur, in die tijd een luxe in de stad. De opdracht aan de architect was: bouw woningen zonder fraaidoenerij maar prettig van vorm en indeling, en voorzien van moderne gemakken. Dus geen glas-in-lood, wel stopcontacten. Langs de Laan van Minsweerd tot aan de Vossegatselaan maakt het uitgestrekte woonblok een lichte boog. De inspringende gevels geven een afwisselend en prettig straatbeeld. Mevrouw Schröder vroeg Gerrit Rietveld destijds om hierop aan te sluiten bij het ontwerp van haar inmiddels wereldberoemde huis even verderop.”

Leven lang wonen
De B.A.N.S. bleef al die jaren financieel gezond en wist de lokroep van grotere woningcorporaties te weerstaan. “De grote sociale controle (spoormensen onder elkaar) en grote baanzekerheid van de bewoners voorkwamen grote huurachterstanden en verloedering. Renovaties en moderniseringen hebben we daarom altijd zelf kunnen financieren. Door de mix van woningtypes (klein-groot, boven-beneden, gezin-alleenstaand) hebben we ook een goede doorstroming. En de stichting is flexibel: als het moet maken we een woning levensloopbestendig. Je kunt een leven lang fijn wonen in de B.A.N.S.”

Laan van Minsweerd in 1925 – Het Utrechts Archief
Bouwcertificaat bij oplevering – Archief B.A.N.S.

Emmakliniek

Internist Lichtenbelt stichtte in 1913 de Emmakliniek aan de Emmalaan 41. Drie jaar later verhuisde hij met de hele praktijk naar de Koningslaan 81 met uitzicht op het Wilhelminapark. Het privéziekenhuis bood ruimte aan 30 (vrouwelijke) patiënten.

Winstdeling
De kliniek was in veel opzichten vooruitstrevend en uniek. Ze had geen (Katholieke) geloofsovertuiging, beschikte wél over een eigen ziekenauto, had centrale verwarming, een lift en een dakterras (met uitzicht). In de statuten was vastgelegd dat 20% van de winst voor de verpleegsters was. Die woonden intern op de zolderverdieping.

Dakterras met uitzicht
Het pand kreeg de uitstraling van duur hotel met luxe lobby, veel lambrisering, marmer en tapijten, en voor de eerste klas patiënten een eigen salon en suite. Zelfs tweede klasse patiënten hadden een eigen kamer. Met de lift konden patiënten en bezoekers naar het dakterras waar ze in rieten (strand)stoelen konden uitkijken over de hoveniersgronden aan de achterkant (waar nu Rembrandtkade loopt) en het Wilhelminapark aan de voorkant.

Sloop na brand
In 1950 werd het een dependance van het Diakonessenhuis dat na de oorlog een sterke groei doormaakte en extra ruimte zocht voor haar afdelingen verloskunde en gynecologie. Veel oudere buurtgenoten zijn daar ter wereld gekomen! In 1977 bouwde het Diak op eigen terrein een kraamkliniek en kwam het pand aan het park leeg te staan. Er waren plannen om het pand te herbestemmen voor appartementen, maar door brand in 1979 gingen die niet door en werden de restanten gesloopt. Pas in de jaren 90 kwamen op het braakliggende perceel zeven moderne stadsvilla’s.

Buurt: Wilhelminapark | kaart

Foto’s: De Emmakliniek aan het Wilhelminapark in 1917 met eigen ziekenauto en vier foto’s uit 1915 – Het Utrechts Archief

Luchtfoto Emmakliniek (Koningslaan 81) omstreeks 1930
Huidige stadsvilla’s op de plek van de oude kliniek – foto: Arnoud Wolff

Abdij van Oudwijk

In 1135 stichtte Mechteld, weduwe van burggraaf Arnold, een klooster voor dames van stand waar nu het buurtje Oudwijk-Noord ligt. De dames legden geen belofte van armoede af, ze mochten eigen bezit behouden. Zo konden ze comfortabel leven in dit zogenoemde wereldlijk stift. In 1173 kreeg het klooster ook een grotere, stenen kerk. Het was grotendeels zelfvoorzienend met boomgaarden, moestuinen, een eigen bakhuis en een bierbrouwerij. In de 13de eeuw werd het een benedictijner abdij (klooster met gelofte van armoede), de Sint-Stevensabdij, ook wel bekend als abdij van Oudwijk.

De Pruimeboom
In 1584 staken burgers de abdij in brand om te voorkomen dat vijandige (Spaanse) troepen zich er zouden verschansen. Later werd het landgoed in kavels verkocht en verpacht. Procureur bij de rechtbank Hiëronymus van Alphen (1746 – 1803) betrok in de 18de eeuw het oude landhuis. Hij was ook bekend als dichter van kinderversjes zoals zijn beroemde De Pruimeboom: ‘Jantje zag eens pruimen hangen, o! als eijeren zo groot …’ Naar hem is het Van Alphenplein genoemd, het kloppend hart van Oudwijk-Noord.

Huize Oudwijck
In 1864 werd het landhuis grondig verbouwd tot het witte pand dat tegenwoordig Oudwijk 19 als adres heeft, een studentenhuis met de chique naam Huize Oudwijck. In 1923 kocht de rooms-katholieke kerk een deel van de voormalige kloostergronden om er pal voor het oude landhuis de Heilig Hartkerk te stichten. Eind 20ste eeuw werd de kerk verbouwd tot appartementencomplex. De straatnamen in de buurt (Kersstraat, Braamstraat, Haagstraat etc.) herinneren nog aan het fruitige en groene verleden.

Boek
De hele geschiedenis van de abdij is na te lezen in het boek Uitzicht op Oudwijk (2021) van historica (en buurtgenote) Charlotte Broer, zie www.broerendebruijn.nl

Landhuis Oudwijk met park en vijver omstreeks 1880 – Foto: Het Utrechts Archief
Huize Oudwijck, nu studentenhuis met 11 kamers – Foto: Arnoud Wolff
Het kinderversje De Pruimeboom van Hiëronymus van Alphen
Litho van de Sint-Stevensabdij, ook wel abdij van Oudwijk genoemd, in 1572, foto: Het Utrechts Archief
Boek over de Abdij van Oudwijk

Oproer in de Oosterbuurt

Ingeklemd tussen de Minstroom, Oosterstraat en Oudwijkerdwarsstraat ligt de Oosterbuurt. Honderd huizen, en van oudsher een sterk buurtgevoel. Toen in de jaren 50 Utrecht grootse plannen had om de binnenstad, met name Hoog Catharijne, via brede invalswegen beter bereikbaar te maken, dreigde grootschalige sloop van dit buurtje. De gemeente begon de oude panden op te kopen en liet die verkrotten in afwachting van de sloopkogel.

Roerige jaren 70 en 80
Maar de buurt kwam in opstand. Actiegroepen werden opgericht en er volgden protestacties, ronkende buurtberichten, felle juridische procedures en luidkeelse aanwezigheid bij raadsvergaderingen. Toen in 1971 de Raad van State een streep door de plannen voor brede invalswegen zette, leek de strijd gestreden. Toch besloot de gemeente de sloopplannen door te zetten, maar nu voor nieuwbouw, wat voor bewoners hogere huren zou betekenen. De protesten laaiden opnieuw op. Woningen werden gekraakt en door de gemeente weer ontruimd, het waren roerige tijden. Pas in 1983 trok de gemeente de sloopplannen in en luwde de strijd. Op 15 mei 1985 metselde gemeente en buurtcomité als teken van verzoening een gedenksteen in de gevel van Zonstraat 28 met de tekst ‘Hier rust het ongenoegen van de Oosterbuurt’. Achter de steen ligt de afstudeerscriptie uit 1984 van student Gerben Schuhmacher over de strijd in de jaren 70 en 80.

Strijd tegen uitponden
In 2019 hing het opnieuw actief geworden buurtcomité een spandoek aan de gevel van Zonstraat 21 om het uitponden (verkopen als een bestaande huurder vertrekt) van huurwoningen door Mitros te stoppen. De Utrechtse woningcorporatie heeft de in de jaren 70 en 80 opgekochte woningen onder haar hoede en wil die in deze tijd van hoge huizenprijzen verkopen om elders in de stad (goedkoper) nieuw te kunnen bouwen. De buurt vreest aantasting van het buurtgevoel en protesteert. Oude tijden herleven! En opnieuw met succes: Mitros zegt toe voorlopig te stoppen met uitponding.

Muurgedicht en tegeltableau
In juli 2020, precies 35 jaar nadat de buurt de strijd won, onthult wethouder Diepeveen in het bijzijn van leden van het buurtcomité en dichter Peter Drehmanns een gevelgedicht op de zijgevel in de Zonstraat. De openingszin ‘Ginds worden sterren betast’ is een verwijzing naar de nabijgelegen sterrenwacht Sonnenborgh.
In 2021 volgde een tegeltableau met een archieffoto van de Zonstraat rond 1910. Met deze symbolen houdt de Oosterbuurt de herinnering levend aan een lange strijd.

Lees hier het boek Oosterbuurt, een buurt die wist te winnen (1986)

Actievoerders en wethouder plaatsen een gedenksteen (1985) – Foto: Het Utrechts Archief

Woningbouwvereniging Utrecht

Oost is populair om te wonen, maar de prijzen en huren zijn hoog, de wachtlijsten lang. Het is bijna onmogelijk om hier woonruimte te vinden. Niets nieuws, want begin vorige eeuw was er ook woningnood en speculatie. Vijf onderwijzers in de Schildersbuurt richtten daarom in 1919 Woningbouwvereniging Utrecht op om zélf te gaan bouwen. Het resultaat: 91 woningen in twee blokken aan de Jan van Scorelstraat, Paulus Potterstraat en Hobbemastraat, in de stijl van de Amsterdamse school met prachtige ornamenten van de vermaarde beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970). Bijzonder is dat ook de bovenwoningen een eigen tuin hebben die bewoners via een buitentrap kunnen bereiken. Vooral voor kinderen is het een walhalla: het afgesloten binnenterrein, liefkozend ‘het hofje’ genoemd, is een gezellig groen speelparadijs.

Klein maar dapper
Ruim 100 jaar wist de vereniging klein maar dapper (de titel van het jubileumboek uit 1994) alle stormen te overwinnen. Tot dit jaar, want ze gaan, weliswaar als zelfstandige eenheid, op in de grote woningcorporatie Mitros. Bewoner Johan van der Kooij vindt het jammer, maar is reëel : “Voor kleine woningverenigingen wordt het steeds moeilijker zelfstandig te blijven door de strenge en ingewikkelde woningwet. Je moet een almaar dikker wordend boek met regels kennen en uitvoeren. Een te grote kluif voor ons als bewoners, en onze vereniging is te klein om professionals in te huren. Gelukkig kunnen we onder de vleugels van Mitros wel grotendeels zelfstandig blijven en de goede onderlinge sfeer behouden. We hebben goede afspraken kunnen maken over het toewijzings- en huurbeleid en de verduurzaming van de woningen. Iedereen kan hier prettig blijven wonen.”

Meer info: www.wbvutrecht.nl

Woonblok B na oplevering in 1924, vóórdat de Hobbemastraat en Frans Halsstraat werden bebouwd. Rechts loopt de Jan van Scorelstraat – foto: Het Utrechts Archief
Blok B van de vereniging op de hoek Hobbemastraat en Jan van Scorelstraat – foto: Arnoud Wolff
Het samengaan met Mitros werd gevierd met het Hofjeslied – foto: Arnoud Wolff

Piekenkermis

Wéér geen Piekenkermis! In 2020 en 2021 was corona de boosdoener, nu kreeg de organisator het verplichte verkeersplan niet rond. Het was al een lastige opgave, want het opgeknapte Malieblad biedt weinig ruimte meer voor botsauto’s en draaimolens. De organisator betwijfelt of de Piekenkermis nog toekomst heeft, omdat de Maliebaan zelf ook op de schop gaat. Komt daarmee een einde aan de eeuwenoude, roemruchte Utrechtse kermistraditie?

Kerkemis
Kermis komt voort uit (middeleeuwse) kerkwijdingen en jaarmarkten, uit handel en heiligheid zou je kunnen zeggen. Het woord kermis is een verbastering van kerkemis, de speciale inwijdingsmis van een nieuwe kerk. De eerste kerkemis was in 1023, duizend jaar geleden, bij de opening van de St Maartenskerk in wat nu de binnenstad noemen.
Tot aan de Eerste Wereldoorlog kende Utrecht een jaarlijkse kermis, hoewel die laatste jaren de druk al toenam om het feest af te schaffen vanwege de onzedelijke, woeste en onbeschaafde gedrag van de bezoekers. Hetgeen geschiedde.

Een piek per ritje
Pas in 1988 blies de kermisprofessor Jansen de traditie nieuw leven in, toen onder de naam Utrecht Kerkestad gevierd werd dat vijf kerken in de binnenstad waren gerestaureerd. Men zocht een prachtige locatie (de Maliebaan) en stelde de ritprijzen vast op één piek (gulden) om het feest toegankelijk te houden. De (bij)naam Piekenkermis was geboren.

Hoveniersmaandag
De Piekenkermis heeft haar rituelen. Op de zondag is de kermis-mis op de botsautobaan. De auto’s gaan aan de kant, de Zusters Augustinessen delen hosties uit en brengen liederen ten gehore. Aan het eind van de week is de jaarmarkt op de Reiger- en Nachtegaalstraat. Alleen een officiële Hoveniersmaandag ontbreekt. Dat was de dag waarop de tuindersknechten en dienstmeiden hun jaarloon kregen en op de kermis uit hun bol gingen, tot afgrijzen van de nette burgerij.

Foto’s: Het Utrechts Archief

De Piekenkermis in 1989

De tram naar Oudwijk

Eind 19de eeuw breidde de stad uit buiten de singels. Toenmalig Burgemeester Reiger wilde nieuwe woonbuurten als Oudwijk verbinden met de oude binnenstad, liefst met een elektrische tram, die sneller, schoner en stipter was dan de paardentram.

Op 15 juni 1907 vertrok tramlijn 2 vanaf het stationsplein met bestemming Oudwijk. Via de singel, Maliebaan, Baanstraat (in 1911 hernoemd tot Burgemeester Reigerstraat) en vervolgens linksaf de huidige Van Limburg Stirumstraat, bereikte de tram het keerpunt Museumbrug. Een enkeltje kostte 5 cent, in de avond gold dubbel tarief.

Populair gezinsuitje
Toen de Burgemeester Reigerstraat werd doorgetrokken richting het Wilhelminapark, kon het trambedrijf in 1915 ook de snelgroeiende Schildersbuurt aandoen. De tram reed voortaan via de Koningslaan rechtsom het Wilhelminapark, en vervolgens over de Colignybrug, Rembrandtkade, Prins Hendriklaan (halte Antonius Gasthuis) en Stadhouderslaan richting keerpunt Museumbrug. Door deze extra slinger rond het park groeide lijn 2 uit tot een populair gezinsuitje. In de weekenden puilden de rijtuigen uit. Kassa voor het trambedrijf!

Laatste ronde
Met de opkomst van de lijnbussen eind jaren twintig braken de magere jaren aan voor de tram. Zelfs een aftakking via de Adriaen van Ostadelaan langs het nieuwe Diakonessenhuis mocht niet baten: op 30 september 1938 reed de tram zijn laatste rondje Oost.

[i] Bron: De tram in Utrecht, Dr. A. van Hulzen (uitgeverij Matrijs)

Tramlijn 2 reed in de jaren 30 door de Stadhouderslaan – Het Utrechts Archief

Rietveld Schröderhuis

In 1924 vraagt Truus Schröder meubelontwerper en buurtgenoot Gerrit Rietveld of hij haar nieuwe woonhuis aan de Prins Hendriklaan wil ontwerpen. De moeder van drie kinderen is net weduwe geworden en wil een huis dat helemaal voldoet aan haar eigenzinnige woonideeën. Inmiddels is het een UNESCO werelderfgoed.

In Stijl gebouwd
In die tijd maakt Rietveld vooral meubels zoals zijn beroemde Rood-blauwe stoel uit 1919. Hij had een werkplaats aan de Adriaen van Ostadelaan. Een compleet woonhuis heeft hij nog niet eerder mogen ontwerpen. Hij maakt helemaal in stijl van De Stijl, een kunststroming vernoemd naar het in 1917 opgerichte gelijknamige tijdschrift over moderne kunst. Kenmerkend in het woningontwerp zijn de vloeiende overgangen tussen binnen en buiten en de strakke horizontale en verticale lijnen. En natuurlijk het gebruik van alleen primaire kleuren, naast wit grijs en zwart.

Polderzicht
Het Rietveld Schröderhuis staat staat in 1924 nog aan de rand van Utrecht: aan de overkant is niets anders dan een uitgestrekt polderlandschap, de Johannapolder. Het prachtige uitzicht speelt een belangrijke rol in het ontwerp. Zelfs zo belangrijk, dat Truus Schröder begin jaren ’30 de grond tegenover het huis koopt als dat vrijkomt voor bebouwing. Rietveld en Schröder ontwerpen daarvoor de twee huizenblokken die later de Erasmuslaan vormen.

Waterlinieweg, uitzicht weg
Als in de jaren ’60 een vierbaans autoweg (de latere Waterlinieweg) en een viaduct in de voortuin gebouwd worden, mag het huis wat Rietveld betreft net zo goed afgebroken worden. De verbinding tussen binnen en buiten is volgens hem nu helemaal verdwenen.

Gerrit en Truus samen
Truus Schröder woont van 1925 tot haar dood in 1985 in het huis. Eerst met haar drie kinderen, later met Gerrit Rietveld samen. Rietveld krijgt een eigen atelier op de benedenverdieping, waar hij werkt aan nieuwe ontwerpen. Als zijn eerste vrouw in 1957 overlijdt, trekt Rietveld bij zijn vriendin Truus in en woont er tot aan zijn dood in 1964.

Locatie: Prins Hendriklaan

RietveldSchröderhuis in 1925

Verzetsvrouw Truus van Lier

Truus van Lier (1921-1943) schoot op 3 september 1943 de hoofdcommissaris van politie Gerard Kerlen dood die op het punt stond een grote groep Utrechtse joden en verzetsmensen op te pakken. Niet veel later werd de jonge rechtenstudent verraden en voor het vuurpeloton gezet.

Opgegroeid in Oost
Geertruida (Truus) van Lier groeide op in het huis naast het RietveldSchröderhuis waar nu het ticketoffice van het Centraal Museum in zit. Na haar schooltijd aan het Christelijk Lyceum in Zeist ging ze rechten studeren in Utrecht. Via haar studentenvereniging UVSV (door de bezetter aangemerkt als verboden organisatie) werd ze lid van de Amsterdams verzetsgroep CS-6. Die vervoerde in het geheim wapens, deed undercover operaties, bracht onderduikers in veiligheid en voerde aanslagen en liquidaties uit.

Aanslag op politiechef
Op 3 september liep ze vlakbij de Catherijnesingel de Utrechtse hoofdcommissaris van politie en NSB-er Gerard Kerlen tegemoet, en schoot hem dood. Met de aanslag wilde ze voorkomen dat Kerlen, die bekend stond als fanatiek jodenjager, nog meer onderduikers zou laten oppakken. Na de aanslag vluchtte ze, dook onder in Haarlem, maar werd – met een prijs van maar liefst 10.000 gulden op haar hoofd – al snel verraden door Irma Seelig die (letterlijk) in de tang zat van de Duitse Sicherheitsdienst. Truus werd overgebracht naar de gevangenis aan de Gansstraat. Omdat de bezetter uit angst voor opstand geen vrouwen op Nederlandse bodem wilde fusilleren, werd voor haar – zo stond in een persbericht – een ‘passende oplossing’ bedacht: op 27 oktober werd ze in Duitse kamp Sachsenhausen terechtgesteld.

Biografie
Schrijver (en buurtgenoot) Jessica van Geel schreef in 2022 een boek over de dappere verzetsvrouw die opgroeide in Oost. In 2018 publiceerde ze al een biografie over Truus Schröder, eigenaar van het RietveldSchröderhuis en destijds de buurvrouw van Truus van Lier. “Het was in de oorlog zeldzaam dat vrouwen het gewapende verzet ingingen. Veel mensen kennen het verhaal van verzetsstrijder Hannie Schaft door de film en het boek. Maar we weten nu dat Truus van Lier haar aanslag pleegde vóórdat Hannie Schaft de wapens trok. Misschien was ze wel de eerste vrouw die in haar eentje een liquidatie uitvoerde.”

Gedenksteen en struikelsteen
Burgemeester Sharon Dijksma onthulde op 22 april 2021 een gedenkbord bij het geboortehuis, honderd jaar na de geboorte van Truus van Lier. “Een vrouw met ballen”, zo sprak ze in haar toespraak. In de stoep voor het huis werd door achterneef Hans van Lier ook een Stolperstein (struikelsteen) gelegd als onderdeel van het wereldwijde gedenkmonument van kunstenaar Gunter Demnig.

Audiotour
De verhalen van Truus en haar nichtje Trui, ook actief in het verzet (ze runde o.a. de crèche Kindjeshaven verderop aan de Prins Hendriklaan 4), inspireerde theatermaker Frédérique Donker om een audiotour te maken langs de plekken in Utrecht die herinneren aan hun verzetsdaden. De wandelroute is ongeveer 4 km lang. Startpunt is het gedenkbord van Truus naast het Rietveld-Schröderhuis, eindpunt het narcissenmonument langs de Catherijnesingel.

Het Witte Dorp

Sterrenwijk was oorspronkelijk een woningwetwijk uit het begin van de 20e eeuw, ingesloten tussen de Oosterspoorbaan, de Kromme Rijn en de Abstederdijk. De 375 witte noodwoningen, gebouwd vanaf 1918, hadden door de snelbouw (door ongeschoolde arbeidskrachten) en gebruik van lichte materialen als drijfsteen slechts een beoogde levensduur van vijfentwintig jaar. De karakteristieke witte noodwoningen verkeerden na de tweede wereldoorlog dan ook in bouw- en woontechnisch opzicht in zeer slechte staat. Ze waren zeer gehorig, de muren zaten vol scheuren en optrekkend vocht was een probleem. De sfeer was er echter niet minder om, oude Sterrenwijkers denken met weemoed terug aan die tijd van saamhorigheid en gezelligheid.

Sanering
In de jaren ’70 werd Sterrenwijk aangewezen als herstructureringswijk en in 1976 gingen de witte huizen tegen de vlakte. De huidige structuur van woonerven rondom het Mercatorplein stamt uit die tijd.

Buurt: Sterrenwijk | kaart
Foto: Het Witte Dorp vóór de sloop in 1975 – Het Utrechts Archief

Hieronder unieke filmbeelden van de nieuwbouw van Sterrenwijk eind jaren 70.
Bron: Het Utrechts Archief