Categoriearchief: historie

Kindjeshaven

Rechtenstudent Trui van Lier (1914-2002) begon in het eerste oorlogsjaar een crèche met de naam Kindjeshaven op de Prins Hendriklaan (het pand waarin nu ijssalon Vorst zit), vlakbij het Wilhelminapark. Samen met Jet Berdenis van Berlekom wist ze zo 150 Joodse kinderen veilig door de oorlog te loodsen. Een bescheiden gedenkbord aan de gevel vertelt sinds 2010 voorbijgangers over deze verzetsdaad.

Trui van Lier (l) en Jet Berdenis van Berlekom (r) – het Utrechts Archief

Over Kindjeshaven
In de jaren dertig nam het Joodse gezin Van Lier aan de Willem de Zwijgerstraat al joodse vluchtelingen uit Duitsland op. Trui, rechtenstudent en lid van UVSV (ze was praeses in 1937/38), hoorde van hen over baby’s en peuters van opgepakte Joodse gezinnen die aan hun lot werden overgelaten. Daarom begon ze na de Duitse inval in 1940 een kinderopvang met de naam Kindjeshaven. Haar vriendin en – heel handig – gediplomeerd kinderverzorgster Jet Berdenis van Berlekom (1920-2010) trad bij haar in dienst. Eerst vingen ze kinderen op van de gegoede burgers uit de buurt om vertrouwen te wekken bij de bezetter. Later kwamen er kinderen bij via voogdijraad, kinderpolitie en kinderziekenhuis. De crèche groeide gaandeweg uit tot een kinderpension.

Studentenverzet
Daarna volgden de kinderen waar het Trui écht om te doen was: die van (Joodse) onderduikers die met een (huilende) baby niet bij een onderduikadres konden aankomen, of van Joden die opgepakt en gedeporteerd waren. Vanaf 1943 nam het aantal opgevangen kinderen van Joodse komaf toe tot meer dan de helft, mede omdat Kindjeshaven nauw ging samenwerken met de studentenverzetsgroep Het Utrechts Kindercomité.

Levensgevaarlijk
Zoveel kindjes met Joods uiterlijk begonnen op te vallen in de buurt. En dat was levensgevaarlijk, omdat in de nabijgelegen Kromhoutkazerne en rond het Wilhelminapark veel Duitsers en nsb-ers waren ingekwartierd. Tóch wisten Trui en Jet de opvang met goede organisatie, vlotte babbel en vooral grote moed open te houden en vermoedelijk ook vanwege de opvang van kinderen die buitenechtelijk verwekt waren door Duitsers. Als de Duitse vader naar het oostfront moest, ging de voogdij tijdelijk over naar de Ortskommandant, de hoogste in rang in Utrecht. Die was maar wat blij dat Kindjeshaven zijn opgedrongen opvangprobleem oploste …

De inval
In 1944 kwam dan toch de langverwachte inval. Maar Trui was elders en Jet wist zich vrij te praten. Uiteindelijk stopten Trui en Jet in februari 1945 met de opvang vanwege een tekort aan elektra, water en verzorgingsproducten als zeep. Naar verluid hebben ze met hun opvang in de oorlog meer dan 150 kinderen kunnen redden.

Tip: bekijk de indringende en zeer informatieve film over Trui, Jet, Kindjeshaven en de verzetsgroep Het Utrechts Kindercomité, met de titel Omdat hun hart sprak.

Familie van Truus
Trui is een oudere nicht van de bekende verzetsvrouw Truus van Lier (1921-1943) die in 1943 de foute politiechef Gerard Kerlen doodschoot. Die werd snel daarna opgepakt en stierf voor het vuurpeloton. Als eerbetoon staat voor haar ouderlijk huis naast het Rietveldschröderhuis een gedenkbord. Langs de Singel herinneren een bloemenmonument en een standbeeld aan de verzetsdaad van Truus. Daarnaast schreef Jessica van Geel in 2022 een biografie over Truus. Trui kreeg in onze stad minder aandacht, maar daar komt verandering in!

Eerbetoon aan Trui
Op initiatief van achternicht Michèle van Lier krijgt ook Trui een bloemenmonument. Daarvoor zijn 3.000 boshyacinten in de vorm van de letters ‘Trui’ in het talud van de Koningslaan geplant. Ieder voorjaar zal haar naam blauw opbloeien, goed zichtbaar vanuit het Wilhelminapark. De speeltuin wordt in april officieel hernoemd tot Trui van Lier Speelkwartier, toepasselijk, omdat ze graag met de kindjes in het park speelde. Dankzij crowdfunding krijgt de speeltuin een sierpoort met haar naam in gouden letters, onder een groot hart van goud. Met een speciaal pad zal de speeltuin verbonden worden met de oude kinderopvang aan de Prins Hendriklaan. Bloemen, speeltuin en pad zullen als één groot monument de naam Trui van Lier levend houden.

Geheime telefooncentrale

Homeruslaan 30 kent een rijke geschiedenis. In Oost is het winkelpand vooral bekend als snackbar (Friends tot aan 2024). In de oorlogsjaren zat er een sigarenzaak, met in de kelder een geheime, nooit ontdekte telefooncentrale van het verzet. Prins Bernard bezocht het pand direct na de bevrijding en sprak tegen de verzetsmensen over ‘onschatbare verdiensten voor het Vaderland’.

Nooit ontdekt
De wieg van Ingrid Steenbeek (in 1958 geboren in de Emmakliniek) stond in het woonhuis achter de winkel. “Mijn tante Besseltje (Bes) van Beek (1901-1993) begon als 14 jarige als dienstmeisje en behaalde later in de avonduren haar middenstandsdiploma. Vervolgens opende ze hier een sigarenzaak. In de oorlog mocht het verzet in de grote kelder een telefooncentrale, diverse radioapparatuur en een drukpers neerzetten. Ondanks de vele Duitsers die in de zaak hun dagelijkse rookwaren kochten, werd de kelder nooit ontdekt, zelfs niet tijdens meerdere invallen.”

Onlogische plattegrond
“Het winkelpand zat namelijk complex in elkaar, met een woonhuis achter de winkel die je via een lange gang bereikte. De kelderdeur zat halverwege de gang, ter hoogte van het portiek in de Lindestraat, de opgang voor de bovenburen. Tijdens invallen zochten de Duitsers overal, maar op deze plek direct achter het portiek verwachtten ze geen binnendeur, laat staan een trap naar beneden. Duitsers hadden namelijk geen idee dat dit soort panden ook een kelder konden hebben.”

Dekmantel
“Wél een probleem was dat winkel en achterhuis één en dezelfde ingang hadden. Het geregelde avondbezoek van telefonisten, drukkers en koeriers viel natuurlijk wel op, zeker bij de nieuwsgierige nsb-ers in de straat. Een soort van dekmantel was dat buurtgenoten ook buiten openingstijden bij de zaak konden aankloppen voor sigaretten of sigaren. En ook de kostgangers van de kamer die ze verhuurde, liepen in en uit. Bezoek was dus niet per definitie verdacht. Mijn tante vertelde ook dat de Duitsers dol waren op gratis snoep, koek en rookwaar. Dus ze relaxten liever in de winkel dan dat ze heel fanatiek gingen zoeken naar onderduikers en verzet.”

Gezellige buurtwinkel
“Na de oorlog kende de stad grote woningnood, daarom woonde ons gezin in bij mijn tante. Ik herinner me een gezellige buurtwinkel. De toonbank stond links. Rechtsachter was een gezellig zithoekje voor koffie (’s ochtends) of thee (’s middags). Daar werd wat afgekletst! Doordeweeks was de zaak eigenlijk de huiskamer, alleen op zondag ontvingen we bezoek in het achterhuis. Toen mijn tante met pensioen ging, wilde ze dolgraag een opvolger in de zaak die eigenhandig had opgebouwd. Het werd een snackbar, maar ook die had veel aanloop uit de buurt.”

Prins Bernard bezocht na de bevrijding de sigarenzaak op Homeruslaan 30 en bekeek de geheime telefooncentrale in de kelder – foto: Het Utrechts Archief
Besseltje (Bes) van Beek (1901-1993) in haar sigarenzaak – foto: familiearchief
Plattegrond van de winkel met achterhuis. Deur naar de kelder zat achter de portiek (dubbele witte streep). De keldertrap liep (ingenieus) onder de portiektrap naar beneden

Maliebaan

In maart 1636 werd de Utrechtse Illustere School verheven tot academie en was de oprichting van de Universiteit Utrecht een feit. De universiteit begon met vier faculteiten (een voorbereidende filosofische faculteit, theologie, rechten en geneeskunde), zeven hoogleraren en slechts enkele studenten, bepaald niet de 35.000 van tegenwoordig.

Ontspanning voor studenten
Om studenten te lokken, besloot de Vroedschap – het stadsbestuur – in 1637 tot de aanleg van een maliebaan. Paille maille was een chique frans woord voor maliespel: in zo min mogelijk beurten een houten bal, de paille, met een slaghout, de maille, naar het eind van de baan zien te krijgen. Het slaghout was voorzien van een fluwelen handvat (tevens de naam van de huidige ondernemersvereniging).
Binnen de stadsmuren van Utrecht was geen ruimte voor een lange baan, daarom werd besloten deze buiten de stadswal aan te leggen. De maillebaan kwam in het Oudwijkerveld, het gebied tussen stad en het klooster Oudwijk. De baan was circa 740 meter lang. Via een nieuwe stadspoort en een brug over de Stadsbuitengracht konden studenten en burgers naar de baan.

Maliehuis
Het speelveld kreeg aan beide kanten een lange schutting. Op de houten schotten stonden de afstanden. Het speelveld zelf was bedekt met gemalen schelpen. Om de maliebaan een voornaam aanzien te geven, werden aan weerszijden van de baan liefst vier rijen bomen geplant: zeshonderd populieren en twaalfhonderd linden. De bomen gaven de Maliebaan niet alleen een groen karakter, maar boden de spelers ook bescherming tegen regen en wind.
De gemeente kocht bovendien de nabijgelegen herberg Het Gulden Vlies aan. Het pand werd verbouwd tot Maliehuis, waar materiaal voor het spel kon worden gehuurd en opgeslagen. Ook konden spelers hier terecht voor een drankje. De Maliemeester werd belast met het toezicht en onderhoud van de baan.

Einde oefening
De baan trok steeds meer burgers die een ommetje maakten vanuit de stad. Er verschenen theehuisjes en later zelfs stadsvilla’s. Het onderhoud van de baan bleek een voortdurende bron van zorg voor het stadsbestuur. Vuil en afval werden op de baan gedeponeerd, bomen raakten beschadigd en delen van de houten schuttingen werden gesloopt. Ruiters en koetsen reden de baan stuk, waardoor deze in een modderpoel veranderde.
Het maliespel verloor in de loop van de zeventiende eeuw aan populariteit. De baan kreeg als upgrade nog een paar honderd extra meters, maar in 1796 was het einde oefening. De houten schotten en palen werden verwijderd. Wat bleef was een park voor de burgerij van Utrecht. In 1811 werd de middenbaan verhard tot rijweg voor de wapenschouw van keizer Napoleon Bonaparte op 7 oktober.

Buurt: Buiten Wittevrouwen | kaart

Tekening van Herman Saftleven 1660 – Het Utrechts Archief
Ingekleurde prent van Jan van Vianen 1685 – Het Utrechts Archief

Rietveld Schröderhuis

In 1924 vraagt Truus Schröder meubelontwerper en buurtgenoot Gerrit Rietveld of hij haar nieuwe woonhuis aan de Prins Hendriklaan wil ontwerpen. De moeder van drie kinderen is net weduwe geworden en wil een huis dat helemaal voldoet aan haar eigenzinnige woonideeën. Sinds 2000 is het een UNESCO werelderfgoed.

In Stijl gebouwd
In die tijd maakt Rietveld vooral meubels zoals zijn beroemde Rood-blauwe stoel uit 1919. Hij heeft een werkplaats aan de Adriaen van Ostadelaan. Een compleet woonhuis heeft hij nog niet eerder mogen ontwerpen. Hij maakt het helemaal in de stijl van De Stijl, een kunststroming vernoemd naar het in 1917 opgerichte tijdschrift over moderne kunst. Kenmerkend in het woningontwerp zijn de vloeiende overgangen tussen binnen en buiten en de strakke horizontale en verticale lijnen. En natuurlijk het gebruik van alleen primaire kleuren, naast wit grijs en zwart.

Polderzicht
Het Rietveld Schröderhuis staat na oplevering in 1924 nog aan de rand van Utrecht: aan de overkant is niets anders dan een uitgestrekte woestenij, de Johannapolder. Het prachtige uitzicht speelt een belangrijke rol in het ontwerp. Zelfs zo belangrijk, dat Truus Schröder begin jaren ’30 de grond tegenover het huis koopt als dat vrijkomt voor bebouwing. Gerrit en Truus ontwerpen daarvoor de twee huizenblokken die later de Erasmuslaan vormen.

Waterlinieweg, uitzicht weg
Als in de jaren ’60 een vierbaans autoweg (de latere Waterlinieweg) en een viaduct in de voortuin gebouwd worden, mag het huis wat Gerrit betreft net zo goed afgebroken worden. De verbinding tussen binnen en buiten is volgens hem nu helemaal verdwenen.

Gerrit en Truus samen
Truus woont van 1925 tot haar dood in 1985 in het huis. Eerst met haar drie kinderen, later met Gerrit samen. Gerrit krijgt een eigen atelier op de benedenverdieping, waar hij werkt aan nieuwe ontwerpen. Als zijn eerste vrouw in 1957 overlijdt, trekt Gerrit bij zijn vriendin Truus in en woont er tot aan zijn dood in 1964.

Meer info: www.rietveldschroderhuis.nl
Locatie: Prins Hendriklaan

RietveldSchröderhuis in 1925 – Het Utrechts Archief
Tot 1964 was de kruising Prins Hendriklaan – Rijksweg 22 (aangelegd in 1942), nog gelijkvloers – Het Utrechts Archief

Homeruslaan

Het buurtje achter de Zonstraat en de Oudwijkerdwarsstraat ging begin jaren 30 volledig op de schop. Dwars door de tuinderijen werd een brede invalsweg aangelegd: de Homeruslaan. Deze vloeide voort uit de stadsvisie van Berlage, door de gemeente vastgesteld in 1924. Brede boulevards moesten de (binnen)stad bereikbaar houden voor autoverkeer. De Homeruslaan, in eerste instantie Verlengde Mecklenburglaan genoemd, zou aan moeten sluiten op het nieuwe Universitair Medisch Centrum. Dat zou gebouwd worden op de plek van het Maliestation en naastgelegen rangeerterrein van het Oosterspoor. Helaas, de spoorwegen werkten niet mee, de brede Homeruslaan eindigde bij de Oosterstraat.

Gymnasium
In 1932 opende burgemeester Fockema Andrea het door stadsarchitect Planjer ontworpen en in gele bakstenen opgetrokken Stedelijk Gymnasium haar deuren. Het werd met alle egards geopend als paradepaardje van de nieuwe buurt. De spanningen in de buurt liepen hoog op toen een plan circuleerde dat voorzag in een afsluiting van de Lindestraat met een onderdoorgang. Bewoners voelden zich buitengesloten van de nettere, nieuwe buurt. Dat plan ging niet door, maar de architect kreeg zijn onderdoorgang aan de andere kant van de Homeruslaan richting het oude badhuis.

Aurora
Voor de mensen die er woonden en werkten, veelal tuinders, ambachtslieden en kleine ondernemers met werkplaatsen, was de gebiedsontwikkeling ingrijpend. De levendige stadsrand waar bloemisten, wasserijen en zelfs een asfaltfabriek naast elkaar konden bestaan, werd een nette wijk. Een grote bloemisterij was Aurora die midden op het tracé lag van de nieuwe Homeruslaan. De Aurorastraat dankt er haar naam aan.

Verzet in de oorlog
Het hoekpand Homeruslaan 30, in de oorlogsjaren een sigarenzaak, later Snackbar Friends, fungeerde in WOII als verzetsruimte. In de kelder zat een telefooncentrale van de Centrale Inlichtingendienst (CID), diverse randapparatuur en een drukpers voor folders. Winkelier Besseltje van Beek wist de kelder uit zicht van haar Duitse klanten te houden. Na de oorlog kwam Prins Bernard ter ere van het verzet op bezoek.

Het Stedelijk Gymnasium direct na opening gezien vanaf huidige Minervaplein
De Homeruslaan werd dwars door tuindersgebied getrokken
Kaart van geplande gebiedsontwikkeling
Oude stal van wijnhandel Van Nimwegen moest wijken voor de Homeruslaan
Prins Bernard op bezoek in juni 1945

Achter de Gansstraat

De langgerekte buurt tussen Ledig Erf en de huidige Waterlinieweg kent een rijke historie. De eeuwenoude Ganssteeg, die de loop van de de Kromme Rijn volgde, zorgde voor handel en wandel tussen stad en agrarisch achterland. Bij de stadspoort van Tolsteeg lagen herbergen en veerhuizen, stroomopwaarts graan- en houtzaagmolens (Kranenburg), kloosters en buitenplaatsen zoals Soestbergen. In de tweede helft van de 19de eeuw begon het buitengebied zich te ontwikkelen o.a. door de komst van het Oosterspoor, de aanleg van de begraafplaats Soestbergen en de bouw van de gevangenis.

Industrialisatie
Na 1900 kwam daar de industrie bij die grondstoffen, eindproducten en machines goed via de Kromme Rijn en Vaartsche Rijn kon aan- en afvoeren. Wasserijen (Aurora), asfaltfabrieken (De Utrechtsche), houtverwerkers en machinefabrieken (JansenSutorius) verdrongen de hoveniers. Op tuindersgronden werden arbeiderswoningen gebouwd. Het werd er een drukte van belang

Graanmolen De Gans omstreeks 1905, met links een deel van het bewaard gebleven Huis Soestbergen aan de Ganssteeg (nu Gansstraat). Tekening C. van Velzel – Het Utrechts Archief

Tramlijn 2 naar Oudwijk

Eind 19de eeuw breidde de stad uit buiten de singels. Toenmalig Burgemeester Reiger wilde nieuwe woonbuurten als Oudwijk verbinden met de oude binnenstad, liefst met een elektrische tram, die sneller, schoner en stipter was dan de paardentram.

Op 15 juni 1907 vertrok tramlijn 2 vanaf het stationsplein met bestemming Oudwijk. Via de singel, Maliebaan, Baanstraat (in 1911 hernoemd tot Burgemeester Reigerstraat) en vervolgens linksaf de huidige Van Limburg Stirumstraat in, bereikte de tram het keerpunt Museumbrug. Een enkeltje kostte 5 cent, in de avond gold dubbel tarief. Diezelfde dag vertrok ook lijn 3 die vanaf het stationsplein de noordelijke route nam via Weerdsingel en Wittevrouwensingel naar de Maliebaan en dan in het spoor van lijn 2 naar keerpunt Museumbrug. Beide lijnen versmolten na een jaar tot de nieuwe ringlijn 2 waarmee je voortaan een heel rondje binnenstad-Oost-NoordOost kon maken.

Populair gezinsuitje
Toen de Burgemeester Reigerstraat werd doorgetrokken richting het Wilhelminapark, kon het trambedrijf in 1915 ook de snelgroeiende Schildersbuurt erachter aandoen. De tram reed voortaan via de Koningslaan rechtsom het Wilhelminapark (halte Emmakliniek), en vervolgens over de Colignybrug, Rembrandtkade, (vanaf 1924 rechtgetrokken via Hobbemastraat en Jan van Scorelstraat), Prins Hendriklaan (halte Antonius Gasthuis), Stadhouderslaan, langs het Rosarium richting Museumbrug. Door deze extra slinger rond het park groeide lijn 2 uit tot een populair gezinsuitje. In de weekenden puilden de rijtuigen uit, mede vanwege de publiekstrekker Rosarium (geopend in 1913) die op de route lag. Kassa voor het trambedrijf!

Laatste ronde
Met de opkomst van de lijnbussen in de jaren twintig braken de magere jaren aan voor de tram. Zelfs een aftakking van de in 1930 gewijzigde route van stadslijn 3 via Nachtegaalstraat, Reigerstraat, Wilhelminapark en de Adriaen van Ostadelaan naar het nieuwe Diakonessenhuis, en in 1936 nog verlengd tot stadion Galgenwaard mocht niet baten: op 30 september 1938 vertrok de laatste tram naar Oost.

[i] Bron: De tram in Utrecht, Dr. A. van Hulzen (uitgeverij Matrijs)

Tramlijn 2 reed in de jaren 30 door de Stadhouderslaan – Het Utrechts Archief
Oud muuranker van de bovenleidingdrager (Wilhelminapark), een relikwie van de oude tramlijn

Het Nieuwe Woonhuis

De eerste flat van Utrecht én een nieuw woonconcept: Het Nieuwe Woonhuis, opgeleverd eind 1923. Het initiatief kwam van een groep middenstanders (leraren, winkeliers en ambtenaren) die zich verenigden om zelf (uiteindelijk) 84 gestapelde woningen te kunnen bouwen. Niet alleen om de kosten te drukken (na de eerste wereldoorlog waren huizen en bouwmaterialen schaars en dus duur), maar ook om meer samen te leven, ze hadden een sociaal ideaal. Die sfeer is een eeuw later grotendeels behouden: het verloop is laag, bewoners doen veel samen.

Het Nieuwe Woonhuis aan de Rembrandtkade begin 1924 – foto: Het Utrechts Archief

Geen geriefelijkheden
De twee woonblokken langs de Rembrandtkade (48 woningen) en Albert Neuhuijsstraat (36 woningen) zijn gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Meest kenmerkend zijn de uitgebouwde, halfronde portieken. In 2001 is het complex uitgeroepen tot rijksmonument. Bij de oprichting van de bouwvereniging hadden de aanstaande bewoners meer luxe in gedachten, zoals gezamenlijke badruimtes en keukens, boodschappenliften, elektra en centrale verwarming. Maar de gemeente, die een bouwsubsidie verleende, zette door al die ‘geriefelijkheden’ een streep. Een dak boven je hoofd vonden de hoge heren al voldoende luxe …

Samen wonen
Het sociale ideaal bleef wel overeind. Er kwamen huisregels om het samenwonen te bevorderen en te bewaken. Zo mocht je de was niet op het balkon laten drogen, en bepaalde de vlagcommissie – tot op de dag van vandaag – wanneer en hoe de vlag uit moet. De woningen zijn in 1997 overgegaan naar Bo-ex, omdat een grootscheepse renovatie noodzakelijk was, iets wat de bewoners zelf niet konden behappen. Het sociale aspect bleef behouden door een actieve bewonersvereniging. Huurders dragen bijvoorbeeld gezamenlijk zorg voor het publieke groen rondom het complex.

Eeuwfeest
De aanmelding is wél veranderd: nieuwe huurders hoeven niet langer langs de ballotagecommissie, maar melden zich aan via Woningnet. En eigenaar Bo-ex heeft inmiddels een kwart van de sociale huurwoningen naar de vrije sector overgeheveld, wat tot een hoger verloop leidt. Niettemin is er nog voldoende Woonhuisgevoel voor een spetterend eeuwfeest, zaterdag 23 september op de Rembrandtkade.

Lees meer over Het Nieuwe Woonhuis in het jubileumboek (Geschiedenis van Utrechts Eerste Flats, 1919-1994) uit 1994.

Boven het net opgeleverde woonblok Het Nieuwe Woonhuis langs de Minstroom, rechtsboven de nieuwe Aloysiuskerk. Op de voorgrond de Emmakliniek met uitzicht op het Wilhelminapark – Het Utrechts Archief
Hobbemaplantsoen (toen nog zonder het beeld van Jan van Scorel) met linksachter het woonblok van Het Nieuwe Woonhuis aan de Albert Neuhuijsstraat @1925 – Het Utrechts Archief
Tekening Albert Neuhuijsstraat door overbuurvrouw Marina Coster
Jubileumboekje uit 1994

De Nova Zemblabuurt

De Nova Zemblabuurt telt slechts zes straten en ligt enigszins afgelegen, ingeklemd tussen de Oosterspoorlijn, Biltstraat en Voorveldse polder (Hotel Mitland). Officieel geen Oost, maar het voelt wel zo, dus krijgen ze – op eigen verzoek – wél de Oostkrant. De ook niet-officiële buurtnaam Nova Zembla verwijst naar de expeditie van de stoere zeevaarders Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck, die in 1596 met hun schip strandden op het noordelijke eiland Nova Zembla. De bemanning overleefde (ternauwernood) de ijskoude winter door van wrakhout het Behouden Huys te bouwen, een heroïsch verhaal. Niet alleen een studentenhuis in een van de straten houdt de naam in ere, de hele buurt zet zich in om het hier leefbaar te houden, zeker ook voor kinderen.

Actie tegen de taxi
Jos van Beurden woont in de Willem Barentszstraat (bij de minibieb) en schreef tien jaar geleden met twee buurtgenoten een boek over de geschiedenis van de Nova Zemblabuurt met de alleszeggende titel ‘Buurt’: “Hoewel de meeste huizen al eind 19de eeuw zijn gebouwd, en de flats in de jaren 50, is het sterke buurtgevoel zoals we dat nu kennen vooral ontstaan in de jaren 80. Bewoners voerden destijds actie tegen toenemend sluipverkeer, vooral taxi’s, die vanaf Hotel Mitland door de Willem Barentszstraat naar de Biltstraat raceten. Begin jaren 90 nam het aantal gezinnen met jonge kinderen snel toe en groeide de bereidheid om actie te voeren voor een leefbare buurt. Bewoners richtten Buurtcomité Nova Zembla op en gingen de barricade op voor een autoluwe buurt met verkeersdrempels, geen hoogbouw bij overbuurman hotel Mitland, beter onderhoud van de buitenruimte en meer speelplek voor de kinderen. Roerige tijden! Met het hotel zijn we er als buurt overigens goed uitgekomen.”

Buurtplein met logo
“Een fijne bijkomstigheid van alle acties en overleggen: het bracht bewoners bij elkaar. In 1994 organiseerden we zelfs een eerste buurtfeest met kleurrijk circus, zeemanskoor en 200 disgenoten aan lange tafels. Het tussenstraatje dat is vernoemd naar Heemskerk is sindsdien onze centrale ontmoetingsplek, ook wel het Nova Zemblaplein genoemd, te herkennen aan ons eigen buurtlogo. Elk jaar een buurtfeest, veel activiteiten tussendoor, een actieve groengroep en voor kinderen een fijne plek om te spelen. Je zou het plein nu óns Behouden Huys kunnen noemen.”

Meer info: www.novazemblabla.nl

Links het station Biltstraat van de Oosterspoorlijn op de hoek met de Buys Ballotstraat, een van de straten van de Nova Zemblabuurt. Gebouwd in 1885 om een aansluiting te maken met de drukke tramlijn naar Zeist. Het station verloor in de jaren 30 haar functie en werd in 1963 gesloopt. De wig tussen de twee sporen op deze plek is herinnert nog aan dit drukke vervoersknooppunt – Foto: Het Utrechts Archief @1930
Jos van Beurden met het boek ‘Buurt’ (2015) over de Nova Zemblabuurt, te bestellen via jos.vanbeurden@inter.nl.net
Actiepamflet uit 1992

Elck Wat Wils

De Elck Wat Wils viert haar eeuwfeest. Al meer dan honderd jaar is de woningbouwvereniging rond de lange Jacob van Ruisdaelstraat in de Schildersbuurt zelfstandig, een knappe prestatie! Ondanks toenemende en vooral ingewikkelde regelgeving weten de bewoners – vooralsnog – uit de handen van de grote corporaties te blijven, iets wat de ‘buren’ WBV Utrecht (Hobbemastraat) en het Nieuwe Woonhuis (Rembrandtkade) niet lukte. Bij Elck Wat Wils zijn ze nog baas in eigen huis.

Betaalbaar wonen
De moeielijkheden bleken vele en groote’, zo schreef voorzitter Boomsma van de jonge woningbouwvereniging Elck Wat Wils in het jaarverslag van 1920. Gedoe met grondaankoop, lastige onderhandeling met de gemeente en terugkrabbelende leden toen er startkapitaal gestort moest worden … de woningbouw rond de Jacob van Ruisdaelstraat kwam slechts met horten en stoten op gang. Maar uiteindelijk werd in 1924 het laatste woonblok opgeleverd, tot vreugde van de leden, allen middenstanders (leraren, ambtenaren, kantoorpersoneel, winkeliers), die na lang wachten een fatsoenlijke, betaalbare woning konden betrekken in de opkomende Schildersbuurt. Ze verkeerden in goed gezelschap, want in diezelfde tijd werden in de buurt nóg drie bouwverenigingen voor middenstanders opgericht: de B.A.N.S., WBV Utrecht en Het Nieuwe Woonhuis.

Winkel om de hoek
Het bouwplan voorzag in 86 woningen: 38 bovenwoningen, 27 benedenwoningen en 21 gezinswoningen met voortuin, dus voor elck wat wils! Het gros met adres Jacob van Ruisdael (nr 10-56 en 9-71) en Frans Hals (nr 34-50 en 53-63), het restant op Gerard Dou 48, Herman Saftleven (nr 1 en 2), Pieter Saenredam (nr 21, 23 en 28) en Hendrick de Keijser (47-65). Voor de dagelijkse boodschappen had de vereniging op de hoeken ook ruimte gemaakt voor enkele buurtwinkels.

Koop lokaal
Deze winkeliers kenden met name in de crisisjaren 30 moeilijke tijden, zozeer dat het bestuur in 1937 in een nieuwsbrief haar leden/huurders op het hart drukte om deze winkels ‘bij Uwe inkopen niet te vergeten’. Gepromoot werden kruidenier Hoogenboom (JvR 17), melkhandel Frits Schalij (JvR 28), stoffeerder Baarspul (JvR 26), rijwielstalling & reparatie Boekee (JvR 19, bijnaam ‘De Knutselaar’) en tabakszaak Van Werven (JvR 20). Ondanks alle aanmoedigingen zijn alle winkelpanden in de loop der tijd tot woning omgebouwd.

Lees meer over de historie in het jubileumboekje 1920 -1995

Hoekwoning Frans Halsstraat 53, waar vanaf 1924 voorzitter R. Boomsma woonde. Zijn dochter Stina Sophia plaatste een gedenksteen in de zijmuur, die een loden koker met oorkonde afdekt – foto: Het Utrechts Archief
Filiaal van bakkerswinkel De Korenschoof op de hoek van de Jacob van Ruisdaelstraat 18 rond 1930 – foto: Het Utrechts Archief