Categoriearchief: historie

De Emmakliniek aan het park

Internist Lichtenbelt stichtte in 1913 de Emmakliniek aan de Emmalaan 41. Drie jaar later verhuisde hij met de hele praktijk naar de Koningslaan. Het privéziekenhuis was er vooral voor de bewoners van de buurt Wilhelminapark en bood ruimte aan 30 patiënten.

Winstdeling
De kliniek was in veel opzichten vooruitstrevend en uniek. Ze had geen (Katholieke) geloofsovertuiging, beschikte wél over een eigen ziekenauto, had centrale verwarming, een lift en een dakterras (met uitzicht). In de statuten was vastgelegd dat 20% van de winst voor de verpleegsters was. Die woonden intern op de zolderverdieping.

Dakterras met uitzicht
Het pand kreeg de uitstraling van duur hotel met luxe lobby, veel lambrisering, marmer en tapijten, en voor de eerste klas patiënten een eigen salon en suite. Zelfs tweede klasse patiënten hadden een eigen kamer. Met de lift konden patiënten en bezoekers naar het dakterras waar ze in rieten (strand)stoelen konden uitkijken over de hoveniersgronden aan de achterkant (waar nu Rembrandtkade loopt) en het Wilhelminapark aan de voorkant.

Sloop na brand
In de loop der jaren legde de Emmakliniek zich toe op kraamzorg en gyneacologie. In 1950 ging ze samenwerken met het Diakonessenhuis, totdat de laatste op eigen terrein een kraamkliniek bouwde. Toen was de Emmakliniek overbodig. Het plan was om het pand te herbestemmen voor appartementen, maar door brand in 1979 ging dat plan niet door en werden de restanten gesloopt. Pas in de jaren 90 kwamen op het braakliggende perceel zeven stadsvilla’s.

Foto’s: De Emmakliniek aan het Wilhelminapark in 1917 met eigen ziekenauto en vier foto’s uit 1915 – Het Utrechts Archief

De Oosterspoorlijn

In 1870 kreeg de Hollandse IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) toestemming om haar traject Amsterdam – Zutphen ter hoogte van Hilversum af te takken met een spoor dat door Utrecht-Oost naar Lunetten liep: de Oosterspoorlijn. Tegenover Lepelenburg bouwde de HIJSM in 1874 het Maliebaanstation.

Herdenkingsmonument
Vanaf 1921 konden treinen vanuit Hilversum bij Blauwkapel doorrijden naar Utrecht Centraal en raakte de Oosterspoorlijn langzaam haar klandizie kwijt. In 1939 reed de laatste passagierstrein. In de oorlog werden Utrechtse joden in het Maliebaanstation op transport gezet. Een herdenkingsmonument ter plekke herinnert daar nog aan.
In de jaren na de oorlog reden er nog wel goederentreinen en soms een omgeleide passagierstrein door Oost. In 1954 betrok het Spoorwegmuseum het inmiddels verlaten Maliebaanstation.

Park Oosterspoorbaan
Eind 2012 is het zuidelijk deel van de Oosterspoorbaan buiten gebruik gesteld vanwege de verbreding van de sporen op het (drukke) traject Utrecht Centraal – Arnhem en de aanleg van de Uithoflijn, de tramverbinding naar de universiteit. Sindsdien is het Spoorwegmuseum eindpunt. De overwegwachterswoningen uit 1874 aan de Burgemeester Reigerstraat (nr 47) Zonstraat (nr 48) en Koningsweg (nr 52), inmiddels gemeentelijke monumenten, herinneren nog aan dienst van de HIJSM, want zij gaf al haar spoorwoningen een (oplopend) nummer.
In 2017 is het oude dubbelspoor vanaf de Abstederdijk omgetoverd tot een stadspark met een wandel- en fietspad dat de Maliesingel verbindt met de Koningsweg.

Buurt: Abstede | kaart
Foto: Het Maliebaanstation – Het Utrechts Archief 1885

Het Witte Dorp

Sterrenwijk was oorspronkelijk een woningwetwijk uit het begin van de 20e eeuw, ingesloten tussen de Oosterspoorbaan, de Kromme Rijn en de Abstederdijk. De 375 witte noodwoningen, gebouwd vanaf 1918, hadden door de snelbouw (door ongeschoolde arbeidskrachten) en gebruik van lichte materialen als drijfsteen slechts een beoogde levensduur van vijfentwintig jaar. De karakteristieke witte noodwoningen verkeerden na de tweede wereldoorlog dan ook in bouw- en woontechnisch opzicht in zeer slechte staat. Ze waren zeer gehorig, de muren zaten vol scheuren en optrekkend vocht was een probleem. De sfeer was er echter niet minder om, oude Sterrenwijkers denken met weemoed terug aan die tijd van saamhorigheid en gezelligheid.

Sanering
In de jaren ’70 werd Sterrenwijk aangewezen als herstructureringswijk en in 1976 gingen de witte huizen tegen de vlakte. De huidige structuur van woonerven rondom het Mercatorplein stamt uit die tijd.

Buurt: Sterrenwijk | kaart
Foto: Het Witte Dorp vóór de sloop in 1975 – Het Utrechts Archief

Hieronder unieke filmbeelden van de nieuwbouw van Sterrenwijk eind jaren 70.
Bron: Het Utrechts Archief

Herberg ’t Nachtegaaltje

De Nachtegaalstraat is vernoemd naar herberg ’t Nachtegaaltje op de hoek van de Kerkstraat en nu Nachtegaalstraat. In 1912 is het met de grond gelijk gemaakt. Wethouder en later burgemeester Fockema Andrea wilde destijds de middeleeuwse infrastructuur aanpakken. Marktpleinen Vredenburg, Neude en Janskerkhof moesten toegankelijker gemaakt worden door de toegangswegen te verbreden. Hierdoor konden zowel tram, fietsers en automobilisten zich makkelijker en sneller voortbewegen. Onder de zogenoemde rooilijnverordening werd de Nachtegaalstraat in 1913 met 20 meter verbreed en moesten een aantal panden sneuvelen, waaronder ’t Nachtegaaltje, op de foto uit maart 1912 nog te zien als het pand met de witte zijgevel aan het eind van de straat. Overigens staan de twee majestueuze panden aan de rechterkant er nog altijd, met Giant Store en Huidkliniek als huurder.

Buurt: Oudwijk | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1912

Park Tivoli

Achter cultuurcentrum Parnassos ligt de Tivolituin, een restant van het fameuze Park Tivoli. Dat vond haar oorsprong in 1828, als muzikant Cornelis van Leeuwen in zijn tuin aan de Kruisstraat een koffiehuis opent. In 1842 koopt zijn buurman hoogleraar zoölogie Van Lidth de Jeude de tuin, voegt het samen met zijn eigen tuin, met als plan om er een dierentuin van te maken. Dat ging niet door, maar de Van Lidth de Jeudestraat is een blijvende herinnering.

Concertzaal
Vanaf 1855 groeit de tuin uit tot festivalterrein met veel muziek dat vernoemd werd naar Tivoli, het park van vertier in Rome. Het park werd een populaire plek en in 1870 kwam er zelfs een concertzaal voor 2.700 bezoekers bij. In 1913 moest Tivoli en deel van de tuin inleveren vanwege de verbreding van de Nachtegaalstraat, wat min of meer het einde van het vermaak inluidde. Het laatste tuinconcert vond plaats in 1929.

Poppodium
In de jaren daarna werd de Van Lidth de Jeudestraat aangelegd en maakte het sociëteitsgebouw plaats voor het grote kantoorpand van verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 op de (ronde) hoek van de Nachtegaalstraat. In 1956 ging ook de concertzaal plat. Op het Lepelenburg verrees een tijdelijk houten podium Tivoli dat in 1981 aan de Oude Gracht als poppodium verderging, om uiteindelijk op te gaan in Tivoli-Vredenbrug.

Buurt: Buiten Wittevrouwen | kaart
Foto: Sociëteitsgebouw op de hoek Nachtegaalstraat (links) en Kruisstraat (rechts) – Het Utrechts Archief 1929

Wie was burgemeester Reiger?

De naamgever van de Burgemeester Reigerstraat kreeg in 1909 kort na zijn overlijden een borstbeeld aan de Maliebaan. Bernardus Reiger werd in 1845 geboren in Groningen, begon als ondernemer (hij was firmant in een beetwortelsuikerfabriek), kwam in 1877 in de Utrechtse gemeenteraad, om in 1891 benoemd te worden tot burgemeester, de functie die hij tot aan zijn dood bekleedde.

Parken, trams en armenzorg
In die tijd breidde de stad uit buiten de singel en kwam met name Utrecht-Oost, tot dan toe voornamelijk hoveniersgebied, tot ontwikkeling. Bernardus was nauw betrokken bij de aanleg van parken, een elektriciteitscentrale en een tramnetwerk (ook in Oost). Ook zorgde hij dat veel huizen (ook van de ‘kleine man’) een gasaansluiting kregen. Hij wordt geroemd als bekwaam bestuurder en een man van groot gewicht (ook letterlijk) die zich als liberaal politicus niet alleen inzette voor het bedrijfsleven maar ook voor bijvoorbeeld de armenzorg.

Burgemeester Reigerstraat
De aanleg van de Oosterspoorlijn in 1874 doorsneed de Baanstegen die haaks op de Maliebaan het hoveniersgebied inliepen. De derde Baansteeg kreeg een spoorwegovergang. Onder de rooilijnverordening werd de Derde Baansteeg in 1909 verbreed, verhard en in 1911 als hommage aan Bernardus hernoemd tot Burgemeester Reigerstraat.

Buurt: Maliebaan | kaart
Foto: Borstbeeld Burgemeester Bernardus Reiger – Het Utrechts Archief omstreeks 1915

Borstbeeld Burgemeester Reiger Maliebaan in 1911

Viaduct bij het Rietveldhuis

De Waterlinieweg was tot de aanleg van de A27 onderdeel van Rijksweg 22, aangelegd in 1942, zeventien jaar na de bouw van het Rietveldhuis (links op de foto). Vanaf de jaren 50 kruiste deze rijksweg de Prins Hendriklaan gelijkvloers. Fietsers vanuit de stad richting Johannapolder moesten hier de rijksweg oversteken. Met de onstuimige groei van het autoverkeer begin jaren 60 werd de Rijksweg 22 drukker en drukker. Tegelijkertijd groeide het aantal fietsers door de ontwikkeling van Rijnsweerd en De Uithof. Het gevolg: steeds meer ongelukken. Toen er zelfs doden vielen, luidden buurtgenoten de noodklok bij de gemeente.

Er kwamen drie opties op tafel: (1) de Prins Hendriklaan of (2) de Rijksweg ondertunnelen, of (3) de Rijksweg met een viaduct erover heen. Optie 1 was te duur, optie 2 kon niet vanwege leidingen in de grond en ontsluiting van de zijstraten, dus kwam er in 1963 een viaduct. De toenmalige Kromhoutkazerne had in de jaren 60 hier haar hoofdpoort. Defensie was duidelijk: ‘geen talud van de verhoogde rijksweg op ons grondgebied’. Omdat Rijkswaterstaat zelf langs de rijksweg slechts over een smalle strook grond beschikte, was een viaduct van drie meter hoog het maximaal haalbare en restte een doorrijhoogte van krap 2,60 meter. Genoeg voor fietsers, maar toen jaren later ook auto’s en busjes er onderdoor mochten rijden richting Rijnsweerd en de Uithof, bleek het wel heel krap: haastige pakketbezorgers en verhuizende studenten (met een huurbusje van Ad Rem) reden zich om de haverklap klem.

Buurt: Rijnsweerd | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1963

Lantarens aan de Vossegatselaan

Wat is het verhaal van de twee prachtige art-deco lantaarns aan de gevel van Vossegatselaan 4, naast de Plus supermarkt aan het Ostadeplein? Constantijn Veder van Utrecht Erfgoed was nauw betrokken bij de restauratie enige tijd geleden: “In het pand zat vanaf de jaren dertig een autogarage met een benzinepomp voor de deur, merk Caltex (bestaat nog in Azië). De auto en benzinehandel waren toen in opkomst. Als reclame gebruikte de branche bijzondere architectuur inclusief fraaie verlichtingsarmaturen. De art-decostijl was populair, omdat ze stond voor moderniteit, stijl en luxe, en daar associeerde men de auto en automobilist graag mee. Art-deco komt niet zoveel (meer) voor in Utrecht, daarom hebben we deze lantaarns gerestaureerd. Overigens zitten er geen lampen in! Achter de lantaarns zaten gaten in de muur, zodat de lantaarns werkten als lichtkoepels: overdag viel het buitenlicht naar binnen, ‘s avonds straalde het binnenlicht juist naar buiten.”

Buurt: Schildersbuurt | kaart
Foto: Het Utrechts Archief omstreeks 1935

De Oosterkerk aan de Maliebaan

Oost was lange tijd een bolwerk van de (traditionele) Katholiek kerk, nog altijd is het bisschoppelijke paleis gevestigd op de Maliebaan. Toch wisten de gereformeerden een plekje te bemachtigen op de hoek van de Maliebaan en de Burgemeester Reigerstraat waar ze in 1887 de Oosterkerk bouwden. Tijdens de oorlog kwam in deze kerk de spionagegroep Albrecht bijeen. Geheim-agent De Jonge werd onder de codenaam Albrecht in 1943 in Drenthe gedropt en hij bouwde met hulp van bevriende gereformeerde studenten een netwerk op dat informatie moest verzamelen over militaire en economische activiteiten van de nazi’s in Nederland, een succesvolle campagne, die met name de schade van het Duitse Ardennenoffensief wist te beperken. Na de oorlog kregen 70 leden een koninklijke onderscheiding.

In 1987 werd de kerk gesloopt en maakte plaats voor het huidige Rabobankfiliaal.

Buurt: Oudwijk | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1979

Melkhuisje in het Wilhelminapark

Het Wilhelminapark werd in 1898 officieel geopend. In 1911 liet de gemeente op initiatief van de lokale afdeling van de Volksbond tegen Drankmisbruik een houten paviljoen bouwen met uitzicht op de parkvijver. Het zogenaamde melkhuisje (melk was beter dan alcohol), is omstreeks 1925 vervangen door het theehuis dat wat westelijker in het park kwam te liggen. De eetzaal kon ook gebruikt worden voor vergaderingen, bijeenkomsten en recepties. En als stemlokaal. Zo heeft in 1935 NSB-leider Anton Mussert (die om de hoek woonde) hier gestemd.
Een biertje na afloop was er nooit bij. Het beheer van het paviljoen bleef in handen van de Volksbond tegen Drankmisbruik en die was heel streng. Veertig jaar lang zwaaiden de geheelonthouders de scepter over het melkhuis. Tot de gemeente het huurcontract in 1950 opzegde, omdat de Volksbond er een zooitje van maakte. Nu is het een restaurant.

Buurt: Wilhelminapark | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1925