Categoriearchief: historie

De Oosterspoorlijn

In 1870 mocht de Hollandse IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) haar spoor tussen Amsterdam en Zutphen ter hoogte van Hilversum aftakken richting Utrecht. Tegenover Lepelenburg bouwde HIJSM in 1874 het Maliebaanstation.

Herdenkingsmonument
Vanaf 1921 konden treinen vanuit Hilversum bij Blauwkapel doorrijden naar Utrecht Centraal en raakte de Oosterspoorlijn langzaam haar klandizie kwijt. In 1939 reed de laatste passagierstrein. In de oorlog werden Utrechtse joden in het Maliebaanstation op transport gezet. Een herdenkingsmonument herinnert daar nog aan.
In de jaren na de oorlog reden er nog wel goederentreinen en soms een omgeleide passagierstrein door Oost. In 1954 betrok het Spoorwegmuseum het inmiddels verlaten Maliebaanstation.

Park Oosterspoorbaan
Eind 2012 is het zuidelijk deel van de Oosterspoorbaan buiten gebruik gesteld vanwege de verbreding van de sporen op het (drukke) traject Utrecht Centraal – Arnhem en de aanleg van de Uithoflijn, de tramverbinding naar de universiteit. Sindsdien is het Spoorwegmuseum eindpunt. De overwegwachterswoningen uit 1874 aan de Burgemeester Reigerstraat (nr 47) Zonstraat (nr 48) en Koningsweg (nr 52), inmiddels gemeentelijke monumenten, herinneren nog aan de lijndienst van de HIJSM.
In 2017 is het oude dubbelspoor vanaf de Abstederdijk in etappes omgetoverd tot een park met een wandel- en fietspad dat de Maliesingel verbindt met Koningsweg.

Buurt: Abstede | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1885

Het Witte Dorp

Sterrenwijk was oorspronkelijk een woningwetwijk uit het begin van de 20e eeuw, ingesloten tussen de Oosterspoorbaan, de Kromme Rijn en de Abstederdijk. De 375 witte woningen gebouwd in de jaren 20 hadden een beoogde levensduur van vijfentwintig jaar. De karakteristieke witte noodwoningen verkeerden na de oorlog in bouw- en woontechnisch opzicht in zeer slechte staat. In de jaren 70 werd Sterrenwijk aangewezen als herstructureringswijk en in de jaren tachtig gingen de witte huizen tegen de vlakte en verrezen de huidige woonerven rondom het Mercatorplein.

Buurt: Sterrenwijk | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1975

Bekijk hieronder de unieke filmbeelden van de nieuwbouw van Sterrenwijk eind jaren 70.
Bron: Het Utrechts Archief

Herberg ’t Nachtegaaltje

De Nachtegaalstraat is vernoemd naar herberg ’t Nachtegaaltje op de hoek van de Kerkstraat en nu Nachtegaalstraat. In 1912 is het met de grond gelijk gemaakt. Wethouder en later burgemeester Fockema Andrea wilde destijds de middeleeuwse infrastructuur aanpakken. Marktpleinen Vredenburg, Neude en Janskerkhof moesten toegankelijker gemaakt worden door de toegangswegen te verbreden. Hierdoor konden zowel tram, fietsers en automobilisten zich makkelijker en sneller voortbewegen. Onder de zogenoemde rooilijnverordening werd de Nachtegaalstraat in 1913 met 20 meter verbreed en moesten een aantal panden sneuvelen, waaronder ’t Nachtegaaltje, op de foto uit maart 1912 nog te zien als het pand met de witte zijgevel aan het eind van de straat. Overigens staan de twee majestueuze panden aan de rechterkant er nog altijd, met Giant Store en Huidkliniek als huurder.

Buurt: Oudwijk | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1912

Park Tivoli

Achter cultuurcentrum Parnassos ligt de Tivolituin, een restant van het fameuze Park Tivoli. Dat vond haar oorsprong in 1828, als muzikant Cornelis van Leeuwen in zijn tuin aan de Kruisstraat een koffiehuis opent. In 1842 koopt zijn buurman hoogleraar zoölogie Van Lidth de Jeude de tuin, voegt het samen met zijn eigen tuin, met als plan om er een dierentuin van te maken. Dat ging niet door, maar de Van Lidth de Jeudestraat is een blijvende herinnering.

Concertzaal
Vanaf 1855 groeit de tuin uit tot festivalterrein met veel muziek dat vernoemd werd naar Tivoli, het park van vertier in Rome. Het park werd een populaire plek en in 1870 kwam er zelfs een concertzaal voor 2.700 bezoekers bij. In 1913 moest Tivoli en deel van de tuin inleveren vanwege de verbreding van de Nachtegaalstraat, wat min of meer het einde van het vermaak inluidde. Het laatste tuinconcert vond plaats in 1929.

Poppodium
In de jaren daarna werd de Van Lidth de Jeudestraat aangelegd en maakte het sociëteitsgebouw plaats voor het grote kantoorpand van verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845 op de (ronde) hoek van de Nachtegaalstraat. In 1956 ging ook de concertzaal plat. Op het Lepelenburg verrees een tijdelijk houten podium Tivoli dat in 1981 aan de Oude Gracht als poppodium verderging, om uiteindelijk op te gaan in Tivoli-Vredenbrug.

Buurt: Buiten Wittevrouwen | kaart
Foto: Sociëteitsgebouw op de hoek Nachtegaalstraat (links) en Kruisstraat (rechts) – Het Utrechts Archief 1929

Wie was burgemeester Reiger?

De naamgever van de Burgemeester Reigerstraat kreeg in 1908 een borstbeeld aan de Maliebaan, het jaar waarin hij stierf aan een longontsteking. Bernardus Reiger werd in 1845 geboren in Groningen, begon als ondernemer (firmant in een beetwortelsuikerfabriek), kwam in 1877 in de Utrechtse gemeenteraad, om in 1891 benoemd te worden tot burgemeester, de functie die hij tot zijn dood bekleedde.

Parken, trams en armenzorg
In die tijd breidde de stad uit buiten de singel en kwam met name Utrecht-Oost, tot dan toe voornamelijk hoveniersgebied, tot ontwikkeling. Bernardus was nauw betrokken bij de aanleg van parken en een tramnetwerk. Ook zorgde hij dat veel huizen (ook van de ‘kleine man’) een gasaansluiting kregen. Hij wordt geroemd als bekwaam bestuurder en een man van groot gewicht (ook letterlijk) die zich als liberaal politicus niet alleen inzette voor het bedrijfsleven maar ook voor bijvoorbeeld de armenzorg. Hij was geliefd in de stad en daarom kreeg hij snel na zijn dood ter nagedachtenis een in brons gegoten beeld op deze markante plek.

Burgemeester Reigerstraat
De aanleg van de Oosterspoorlijn in 1874 doorsneed de drie Baanstegen die haaks op de Maliebaan het hoveniersgebied inliepen. De derde Baansteeg kreeg een spoorwegovergang. Onder de rooilijnverordening werd die in 1911 verbreed, verhard én hernoemd tot Burgemeester Reigerstraat. De straat werd later ook doorgetrokken naar het Wilhelminapark. Zo ontstond een belangrijke verbindingsweg tussen Wilhelminapark en binnenstad.

Buurt: Maliebaan | kaart
Foto: Borstbeeld Burgemeester Bernardus Reiger – Het Utrechts Archief omstreeks 1915

Viaduct bij het Rietveldhuis

De Waterlinieweg was tot de aanleg van de A27 onderdeel van Rijksweg 22, aangelegd in 1942, zeventien jaar na de bouw van het Rietveldhuis (links op de foto). Vanaf de jaren 50 kruiste deze rijksweg de Prins Hendriklaan gelijkvloers. Fietsers vanuit de stad richting Johannapolder moesten hier de rijksweg oversteken. Met de onstuimige groei van het autoverkeer begin jaren 60 werd de Rijksweg 22 drukker en drukker. Tegelijkertijd groeide het aantal fietsers door de ontwikkeling van Rijnsweerd en De Uithof. Het gevolg: steeds meer ongelukken. Toen er zelfs doden vielen, luidden buurtgenoten de noodklok bij de gemeente.

Er kwamen drie opties op tafel: (1) de Prins Hendriklaan of (2) de Rijksweg ondertunnelen, of (3) de Rijksweg met een viaduct erover heen. Optie 1 was te duur, optie 2 kon niet vanwege leidingen in de grond en ontsluiting van de zijstraten, dus kwam er in 1963 een viaduct. De toenmalige Kromhoutkazerne had in de jaren 60 hier haar hoofdpoort. Defensie was duidelijk: ‘geen talud van de verhoogde rijksweg op ons grondgebied’. Omdat Rijkswaterstaat zelf langs de rijksweg slechts over een smalle strook grond beschikte, was een viaduct van drie meter hoog het maximaal haalbare en restte een doorrijhoogte van krap 2,60 meter. Genoeg voor fietsers, maar toen jaren later ook auto’s en busjes er onderdoor mochten rijden richting Rijnsweerd en de Uithof, bleek het wel heel krap: haastige pakketbezorgers en verhuizende studenten (met een huurbusje van Ad Rem) reden zich om de haverklap klem.

Buurt: Rijnsweerd | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1963

Lantarens Vossegatselaan

Wat is het verhaal van de twee prachtige art-deco lantaarns aan de gevel van Vossegatselaan 4, naast de Plus supermarkt aan het Ostadeplein? Constantijn Veder van Utrecht Erfgoed was nauw betrokken bij de restauratie enige tijd geleden: “In het pand zat vanaf de jaren dertig een autogarage met een benzinepomp voor de deur, merk Caltex (bestaat nog in Azië). De auto en benzinehandel waren toen in opkomst. Als reclame gebruikte de branche bijzondere architectuur inclusief fraaie verlichtingsarmaturen. De art-decostijl was populair, omdat ze stond voor moderniteit, stijl en luxe, en daar associeerde men de auto en automobilist graag mee. Art-deco komt niet zoveel (meer) voor in Utrecht, daarom hebben we deze lantaarns gerestaureerd. Overigens zitten er geen lampen in! Achter de lantaarns zaten gaten in de muur, zodat de lantaarns werkten als lichtkoepels: overdag viel het buitenlicht naar binnen, ‘s avonds straalde het binnenlicht juist naar buiten.”

Buurt: Schildersbuurt | kaart
Foto: Het Utrechts Archief omstreeks 1935

De Oosterkerk aan de Maliebaan

Oost was lange tijd een bolwerk van de (traditionele) Katholiek kerk, nog altijd is het bisschoppelijke paleis gevestigd op de Maliebaan. Toch wisten de gereformeerden een plekje te bemachtigen op de hoek van de Maliebaan en de Burgemeester Reigerstraat waar ze in 1887 de Oosterkerk bouwden. Tijdens de oorlog kwam in deze kerk de spionagegroep Albrecht bijeen. Geheim-agent De Jonge werd onder de codenaam Albrecht in 1943 in Drenthe gedropt en hij bouwde met hulp van bevriende gereformeerde studenten een netwerk op dat informatie moest verzamelen over militaire en economische activiteiten van de nazi’s in Nederland, een succesvolle campagne, die met name de schade van het Duitse Ardennenoffensief wist te beperken. Na de oorlog kregen 70 leden een koninklijke onderscheiding.

In 1987 werd de kerk gesloopt en maakte plaats voor het huidige Rabobankfiliaal.

Buurt: Oudwijk | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1979

Melkhuisje in het Wilhelminapark

Het Wilhelminapark werd in 1898 officieel geopend. In 1911 liet de gemeente op initiatief van de lokale afdeling van de Volksbond tegen Drankmisbruik een houten paviljoen bouwen met uitzicht op de parkvijver. Het zogenaamde melkhuisje (melk was beter dan alcohol), is omstreeks 1925 vervangen door het theehuis dat wat westelijker in het park kwam te liggen. De eetzaal kon ook gebruikt worden voor vergaderingen, bijeenkomsten en recepties. En als stemlokaal. Zo heeft in 1935 NSB-leider Anton Mussert (die om de hoek woonde) hier gestemd.
Een biertje na afloop was er nooit bij. Het beheer van het paviljoen bleef in handen van de Volksbond tegen Drankmisbruik en die was heel streng. Veertig jaar lang zwaaiden de geheelonthouders de scepter over het melkhuis. Tot de gemeente het huurcontract in 1950 opzegde, omdat de Volksbond er een zooitje van maakte. Nu is het een restaurant.

Buurt: Wilhelminapark | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1925

Johannapolder, de rand van Oost

Lang kon Utrecht niet verder naar het Oosten uitbreiden vanwege de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Kringenwet verbood bouw in de schootsvelden van de forten, in dit geval De Bilt en Vossegat. Dus Oost hield simpelweg op aan het eind van de Prins Hendriklaan, daarna begon de Johannapolder. Pas in de jaren 60 verviel de wet en konden Rijnsweerd en de Uithof gebouwd worden.
Links op de foto staat het woonhuis van architect Sybold van Ravesteyn, gebouwd in 1932. Hij was huisarchitect van de spoorwegen en is de geestesvader van vele stations (o.a Utrecht), seinwachtershuisjes en overslaginstallaties. ‘De meest gesloopte architect van Nederland’ is zijn bijnaam, omdat inmiddels veel van zijn bouwwerken tegen de vlakte zijn. Hij experimenteerde met een vrijere vormgeving en introduceerde golvende lijnen en krullende vormen in een tijd waarin het strenge en rechtlijnige Nieuwe Bouwen populair was.

Buurt: Rijnsweerd | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1958