Categoriearchief: historie

Het Luie End

Aan de ene kant legge ze, aan de andere kant zitten ze, zo spreekt de volksmond over het kruispunt Gansstraat met de Oosterspoorbaan. De ligplaats is algemene begraafplaats Soestbergen, de zitplek de oude gevangenis, waar in 1978 de observatiekliniek van het Pieter Baancentrum is aangebouwd. De kliniek is in 2018 verhuist naar Almere en projectontwikkelaar Kondorwessels gaat er een bruisende plek voor wonen, ondernemen en kunst van maken.

Begraafplaats Soestbergen
Napoleon verbood in 1806 het begraven in kerken en droeg gemeentes op om dodenakkers buiten de stad aan te leggen. In 1829 kocht Utrecht het buitenhuis Soestbergen plus een aanpalend stuk grond. Het huis werd verbouwd tot kantoor. Landschapsarchitect Zocher ontwierp de begraafplaats in Engelse Landschapsstijl met doorkijkjes, slingerende paden en stemmige beplanting. Het werd een plek om te mijmeren over een overleden dierbare of stil te staan bij een belangrijk persoon. De oplopende grafheuvel (rotonde) is uniek in Europa. Daar werden de notabelen begraven die verontwaardigd waren dat ze niet meer in de kerk mochten worden bijgezet. De grafheuvel bood nieuwe status.

Pieter Baancentrum
De oude gevangenis met diverse dienstwoningen is gebouwd in 1897. In de oorlogsjaren 40-45 functioneerde het als Kriegswehrgefängnis waar o.a. verzetsvrouw Truus van Lier werd verhoord na haar arrestatie. De Duitsers breidden uit met een lange houten barak aan de kant van de Kromme Rijn.
In 1949 betrok het Rijksobservatorium voor Criminele Geestesgestoorden een deel van de gebouwen, en vernieuwing van het gevangeniswezen. Zo’n 50 patiënten konden gedurende zes weken geobserveerd worden. De forensisch psychiater Pieter Baan (1912-1975) had de medische leiding van de observatiekliniek. In 1978 breidde de kliniek uit met betonnen nieuwbouw en kreeg de kliniek de naam van de overleden grondlegger: Pieter Baancentrum. Mohammed B., Volkert van der G. en Lucia de B. zijn bekende ‘initialen’ die hier zijn onderzocht in hoeverre ze toerekeningsvatbaar waren ten tijden van hun daden, wat een rechter mee kan wegen bij de straf.

Psychiater Piet Baan te midden van zijn team.
De lichtblauwe daken zijn de oude gevangenis en barak; Onderin het in 1978 gebouwde Pieter Baancentrum
De grafheuvel (rotonde) van Soestbergen – Foto: Het Utrechts Archief

St. Antonius Gasthuis

De Prins Hendriklaan is een weg vol monumenten. Niet ver van het Rietveld-Schröderhuis en de oude Kromhout Kazerne staat het monumentale pand van het voormalige St. Antonius Ziekenhuis, in 1910 gesticht als Katholiek gasthuis met 150 bedden. Het hoofdgebouw verrees midden in een toen nog verlaten weiland achter het in 1898 geopende Wilhelminapark. De Schildersbuurt moest nog gebouwd worden. In 1927 werd het hoofdgebouw uitgebreid met twee paviljoens aan de achterzijde (zie plattegrond). Op de foto uit 1930 is te zien hoe de hoofdingang aan de Prins Hendriklaan lag. De ziekenauto reed zo het terrein op.

Liefdevolle zorg
De grond voor het gasthuis was in 1903 aangekocht door de Utrechtse aartsbisschop Monseigneur van de Wetering. Tot ver in de 20ste eeuw behield het gasthuis een katholieke signatuur. In een nis van de gevel staat nog altijd een beeld van de naamgever: Antonius van Padua. De patiëntenzorg kwam in de handen van de Zusters der Liefde uit Tilburg die een mensgerichte verzorging voorstonden, waarmee het gasthuis zich onderscheidde van de stadsziekenhuizen. Dat trok ook niet-katholieken patiënten (lees: protestanten) waarmee het gasthuis uitgroeide tot een ziekenhuis voor iedereen.

Behoud hoofdgebouw
In 1949 verschoof de hoofdingang naar de Jan van Scorelstraat 2 zodat patiënten sneller de nieuwe poliklinieken aan de achterkant konden bereiken. Men sprak voortaan van het Antonius Ziekenhuis. In 1983 verhuisde het Antonius – inmiddels wereldwijd vermaard om de hart- en longoperaties – naar Nieuwegein. Alle (buiten)ruimtes waren volgebouwd en het ziekenhuis barstte simpelweg uit haar voegen. Paviljoens en de kapel werden vervolgens gesloopt om ruimte te maken voor het nieuw te bouwen revalidatiecentrum De Hoogstraat. Het oorspronkelijke hoofdgebouw langs de Prins Hendriklaan – inmiddels een gemeentelijk monument – bleef dankzij volhardende protestacties behouden en kwam in handen van Wonen-2000 (nu woningcorporatie Bo-Ex) die het ombouwde tot appartementencomplex met sociale huur, het huidige Antoniushof.

Lees meer in de éénmalige uitgave uit 2017 Antoniushof, een monument in Utrecht Oost.

Buurt: Schildersbuurt | kaart
Foto: Het Utrechts Archief 1930

De St. Antoniuskapel achter het hoofdgebouw in 1910 – Het Utrechts Archief

Koningin Wilhelminaschool

Het pand aan de Mecklenburglaan, waarin nu De Wilg huist, kent een rijke historie. Het werd in 1917 gebouwd als openbare lagere school voor de snel groeiende buurt rond het nieuwe Wilhelminapark. Niet lang daarna ontstond tweespalt, met gevolgen die tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn in Oost!

Pand op stand
De school heet oorspronkelijk Mecklenburgschool. Het heeft een L-vormige plattegrond met een hoge toren (met klok) die de ingang markeert. Het deftige pand, ontworpen door stadsarchitect Loeb, doet door de strakke baksteengevels en toren denken aan de stijl van Berlage. Het heeft fraai glas-in-lood in het trapportaal en de ramen zitten hoog, zodat daglicht naar binnen valt zonder dat de kinderen afgeleid worden door het straatleven. De gymzaal, in 2017 gerestaureerd, is rijkelijk gedecoreerd met o.a. beschilderde paardenhoofden. Het gebouw werd geroemd als schoolvoorbeeld van moderne architectuur, zeg maar: een pand op stand. De krant repte vanwege alle verfraaiingen zelfs van een ’kinderhemel op aarde’. Dat was het wellicht ook, want hoofdonderwijzer Jorksveld was aanhanger van onderwijsvernieuwer Jan Lighhart die kindvriendelijke scholen voorstond, een noviteit begin 20ste eeuw.

Schoolstaking
Direct na opening was de school echter al te klein voor de snelgroeiende buurt. De gemeente besloot daarom om twee van de acht klassen onder te brengen in een oude school uit 1881 aan de Abstederdijk even verderop. Maar die locatie had in de ogen van de ouders te weinig grandeur (en een ander publiek). Ouders spraken zelfs meesmuilend van een ’snottebellenschool in een schoffiesbuurt’. Na hevige protesten en zelfs een staking (leerlingen werden thuis gehouden), besloot een groep ouders in 1919 zélf een school te starten: de Utrechtse Schoolvereniging. Die betrok in 1920 een houten barak op de Frans Halsstraat. Die brandde af in 1922 en werd in 1923 op dezelfde plek vervangen door een nieuw schoolgebouw in Amsterdamse stijl. De Mecklenburgschool werd in 1927 hernoemd tot Koningin Wilhelminaschool.

De Wilg
In 1986 betrok De Wilg het schoolgebouw. De naam van het activiteitencentrum verwijst naar de begintijd als naschoolse opvang van geestelijk gehandicapte kinderen op de zolder van een buurthuis aan de inmiddels verdwenen Wilgstraat. De Wilg richt zich op mensen met een lichte verstandelijke of lichamelijke beperking en zet zich in om hen in contact te brengen met elkaar en de buurt. Het schoolplein is voorzien van een jeudeboulesbaan en een uitnodigende tuinkas met kruidentuin en theeschenkerij. Zo staat het pand tegenwoordig in dienst van het bevorderen van sociale gelijkheid, terwijl haar verleden herinnert aan de standenmaatschappij begin 20ste eeuw.

Foto’s: Het Utrechts Archief

De nieuwe lagere school, met links de Minstroom (1918)
De gymzaal, nu nog in gebruik (1918)
Glas-in-lood ramen in het trapportaal (1918)
Naast de school moestuintjes voor de leerlingen (1918)
De Utrechtse Schoolvereniging (U.S.V.) a/d Frans Halsstraat (1920)

Hoveniers van Oost

Oost was eeuwenlang de groentetuin van de (ommuurde) stad. Op de vruchtbare klei van de Kromme Rijn en haar zijtakken als de Minstroom was het goed tuinieren. De tuinders werden vaak hoveniers genoemd, afgeleid van ‘de hof’, een smalle moestuin achter het huis. Bewoners tuinierden lange tijd binnen de stadsmuren, maar vanaf de 17de eeuw steeds meer erbuiten. Zoals in het buitengerecht Abstede (buurt met enkele stadse rechten) dat net buiten de Tolsteegpoort lag, een van de vier hoofdingangen van de stad. Bekende hoveniersfamilies waren Agterberg, Jongerius, Koot en van Zijl.

Winterspinazie en rode kool
De hoveniers in Abstede legden zich toe op winterspinazie en rode kool die al vroeg in het voorjaar geoogst konden worden. Zo konden ze in de zomer en het najaar weer andere gewassen als bladgroenten, uien en prei telen. De vruchtbare gronden van Abstede leverden het hele jaar door opbrengst. De oogst werd met paard en wagen of hondenkar naar de markten gebracht, of verkocht aan de deur. Later nam de veiling (Paardenveld, later Croeselaan) de rol van handelsplaats over.

Tuindersverleden leeft voort
De stad breidde vanaf de 19de eeuw snel uit en de hoveniers schoven – gedwongen door oprukkende industrie en woningbouw – steeds verder op richting het buitengebied Maarschalkerweerd. Toen de Utrechtse groenteveiling eind 20ste eeuw haar deuren sloot, verdwenen ook de laatste hoveniers uit de stad. In Oost leeft de hovenierstraditie nog voort in de vele groengroepen en moestuinen zoals de tuindersvereniging Abstede op de oude gronden van kweker Emmelot. Ook op Koningshof rondom de oude kassen van de familie Jongerius aan de Koningsweg kun je het Utrechtse hoveniersleven (her)beleven.

Hovenier met groentekar op de Notebomenlaan rond 1900 – Het Utrechts Archief
Tuinders aan het werk op een hof achter de Maliebaan 1860 – Het Utrechts Archief
Hovenierswoningen langs de Abstederdijk in 1829 – Het Utrechts Archief
Hoveniersgeschiedenis in Oost, speciale uitgave van Afdeling Erfgoed (2010)

Oostelijke invalsweg

‘Te zijner tijd zal uw huis geamoveerd worden ten behoeve van de oostelijke invalsweg’, stond er in het briefje dat Joan Vermeulen in 1963 in haar bus kreeg. ‘Mocht u vragen hebben, dan is er binnenkort een informatieavond.’ Inmiddels bijna 90 jaar oud kan ze zich de tekst nog woord voor woord herinneren. Ze voegt er met heldere stem aan toe: “Geamoveerd is een net woord voor slopen.”

Plan van Feuchtinger
Met het briefje sorteerde de gemeente voor op een nieuwe vierbaans snelweg dwars door Oost. De Duitse verkeerskundige Feuchtinger had in 1958 – op verzoek van de gemeente – een nieuw, ingrijpend verkeersplan gepresenteerd. Een oostelijke invalsweg moest het nog te bouwen winkelparadijs Hoog Catharijne gaan ontsluiten. Het geplande tracé liep van waar nu De Hoogstraat zit, over de Rembrandtkade en Abstederdijk, dwars door Sterrenwijk richting het nieuw te bouwen verkeersplein bij het Ledig Erf. Honderden huizen in de Schildersbuurt, Oudwijk en Abstede zouden tegen de vlakte gaan. ‘Ruim baan voor de auto’, was het credo in die jaren.

Geen sloopkogel
Gelukkig woont Joan nog altijd in haar herenhuis in de Willem de Zwijgerstraat – nu beschermd stadsgezicht – waarvan de achtertuinen uitkijken op de Rembrandtkade. Niet in de laatste plaats door de vasthoudende inzet van de bewoners destijds. “Uiteindelijk kregen we met ons actiecomité bij de Raad van State gelijk. We hadden een alternatief uitgewerkt via de Rubenslaan zonder sloop van huizen. De Rubenslaan is uiteindelijk de belangrijkste invalsweg naar de binnenstad geworden.”

Roerige tijden
Hoewel het verkeersplan drastisch werd bijgesteld, hebben de ideeën van Feuchtinger hun sporen nagelaten in de stad. Een deel van de singel werd gedempt en jarenlang kocht de gemeente woningen op langs het tracé om die te laten verkrotten in afwachting van de aanleg van de oostelijke invalsweg. Pas na een lange en heftige strijd met de gemeente, zoals in de Oosterbuurt, wisten bewoners hun buurtjes te redden van sloop of verval. Inmiddels zijn vele huizen opgeknapt of vervangen door passende nieuwbouw, en is zelfs de singel weer rond.

Beluister de podcast met Joan Vermeulen over de protestacties in de jaren 60.

Gearceerd de buurten die gesloopt zouden worden voor de Oostelijke invalsweg
Veel aandacht in de pers over protesten tegen oostelijke invalsweg
Geplande tracé door Abstede – Sterrenwijk richting Hoog Catharijne
Het volledige verkeersplan van Prof. Feuchtinger uit 1958

Fort Vossegat en Kromhoutkazerne

In 1815 bracht de Nieuwe Hollandse Waterlinie de stad Utrecht binnen de bescherming van de Waterlinie. Vanuit Fort Vossegat, in gebruik vanaf 1819, kon de bocht in de Kromme Rijn, een zwakke schakel, verdedigd worden. Honderd jaar later bouwde het leger achter het fort in de boomgaarden langs de Vossegatsedijk (nu Vossegatselaan) de Kromhoutkazerne.

Paviljoenstructuur
De kazernenaam is een ode aan J.H. Kromhout (1835-1897) die veel had geschreven over vestingwerken van de Waterlinie. De kazerne voor de Genietroepen werd officieel geopend in 1913 met hoofdpoort aan de Weg naar Rhijnauwen, later Prins Hendriklaan genoemd. De paviljoenstructuur met losse gebouwen rond een centraal plein was nieuw voor die tijd. In de paviljoens zaten werkplaatsen voor de Genie en ook een school, een kantine en zelfs een muziektent. Die laatste was van belang, omdat de Genie over het befaamd muziekkorps ‘De Harmonie’ beschikte.

University College
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de kazerne meer en meer een opleidingsrol. In 1998 verkocht Defensie het westelijk deel aan de universiteit voor het University College. Het oostelijk deel maakte in 2010 plaats voor de moderne gebouwen waarin nu drie van de zeven hoofdkwartieren (o.a Landmacht) van defensie gevestigd zijn. Alleen het bomvrije wachthuis (1849), de brug met de twaalf gaten (1862) en de tamboershut (1875) herinneren nog aan het oude Fort Vossegat.

De Kromhoutkazerne met rechts de nieuwe B.A.N.S. buurt aan de Laan van Minsweerd en onderin de nog onbebouwde Prins Hendriklaan, gezien vanuit Rijnswerd – Luchtfoto 1925
Kromhoutkazerne (links) en Fort Vossegat (midden) met rechtsonder het openlucht zwembad Timp in de Kromme Rijn. De brug met de twaalf gaten bovenin kruist de aftakking van de Kromme Rijn naar de Ridderschapsvaart – Luchtfoto 1930
De brug met de twaalf gaten is verwerkt in de nieuwe Kromhoutkazerne

De B.A.N.S. buurt

Het buurtje rond de Laan van Minsweerd en enkele zijstraten heet De B.A.N.S. in de volksmond. In 1922, werden de eerste woningen opgeleverd. De bouw was destijds een initiatief vanuit de Utrechtse afdeling van de B.A.N.S. (Bond van Ambtenaren in dienst van Nederlandse Spoorwegen) om voor kantoorpersoneel gezamenlijk huisvesting te regelen in tijden van grote woningnood. Nog altijd is de woningstichting Tuindorp B.A.N.S. zelfstandig, een knappe prestatie in tijden van groeiende, complexe regelgeving.

Spoorwegpersoneel
Ben Golstein, een spoorwegman in hart en nieren, woont er sinds 1974 en zat jarenlang in het bestuur van de woningstichting en kent de historie van het woonblok als geen ander. “Na de fusie van twee spoorwegmaatschappijen in 1917 ontstond de voorloper van de Nederlandse Spoorwegen. Die bouwde tussen 1918 en 1921 naast het centraal station een nieuw hoofdkantoor (met 22 miljoen bakstenen), dat nu de Inktpot heet. De woningstichting, opgericht op 11 oktober 1920, bouwde op haar beurt voor het kantoorpersoneel, dat vanuit het hele land voor werk naar Utrecht moest verhuizen, 162 zelfstandig woningen plus een dienstwoning (Hendrick de Keyserstraat 72). Tot op de dag van vandaag heeft spoorwegpersoneel voorrang om hier te wonen.”

Geen fraaidoenerij
Het woordje ‘Tuindorp’ in de naam van de stichting duidt op de wens om de woningen te bouwen met veel groen eromheen. “De Rijksweg 22, de latere Waterlinieweg, was er nog niet, dus aan de voorkant keken de eerste bewoners uit op de (oude) Kromhoutkazerne en vooral uitgestrekte weilanden. Aan de achterkant kregen de benedenwoningen een tuin met schuur, in die tijd een luxe in de stad.”
De opdracht aan de architect was: bouw woningen zonder fraaidoenerij, maar prettig van vorm en indeling, en voorzien van moderne gemakken. “Dus geen glas-in-lood, wel stopcontacten en vaste wastafels. Bovenwoningen kregen een balkon met kolenkit en een bezemkast, heel praktisch.”
De architectuur met horizontale belijning, platte daken met overstek en blokvormige opzet gold als modern, geïnspireerd door de invloedrijke Amerikaans architect Frank Lloyd Wright. “Langs de Laan van Minsweerd tot aan de Vossegatselaan maakt het uitgestrekte woonblok een lichte boog. De inspringende gevels geven een afwisselend en prettig straatbeeld. Mevrouw Schröder vroeg Gerrit Rietveld destijds om hierop aan te sluiten bij het ontwerp van haar inmiddels wereldberoemde huis even verderop.”

Leven lang wonen
De B.A.N.S. bleef al die jaren financieel gezond en wist de lokroep van grotere woningcorporaties te weerstaan. “De grote sociale controle (spoormensen onder elkaar) en grote baanzekerheid van de bewoners voorkwamen grote huurachterstanden en verloedering. Renovaties en moderniseringen hebben we daarom altijd zelf kunnen financieren. Door de mix van woningtypes (klein-groot, boven-beneden, gezin-alleenstaand) hebben we ook een goede doorstroming. En de stichting is flexibel: als het moet maken we een woning levensloopbestendig. Je kunt een leven lang fijn wonen in de B.A.N.S.”

Boekje 75 Jaar B.A.N.S.
Lees meer over de historie van de B.A.N.S. in het jubileumboekje uit 1995.

Laan van Minsweerd in 1925 – Het Utrechts Archief
Lustrumboekje uit 1995

Adresboek van Utrecht uit 1922

Wil je weten wie er vroeger in je huis woonde? En welk beroep die bewoner uitoefende? De gemeente hield dat jarenlang bij in de zogenoemde Adresboeken van Utrecht, vuistdikke naslagwerken met daarin bij elk adres naam en beroep van de (hoofd)bewoner. Die boeken zijn in te zien in het Utrechts Archief. Hieronder de gedigitaliseerde Jaargang 1922 (let op: groot bestand).

Adresboek van Utrecht Jaargang 1922 – Het Utrechts Archief

Emmakliniek

Internist Lichtenbelt stichtte in 1913 de Emmakliniek aan de Emmalaan 41. Drie jaar later verhuisde hij met de hele praktijk naar de Koningslaan 81 met uitzicht op het Wilhelminapark. Het privéziekenhuis bood ruimte aan 30 (vrouwelijke) patiënten.

Winstdeling
De kliniek was in veel opzichten vooruitstrevend en uniek. Ze had geen (Katholieke) geloofsovertuiging, beschikte wél over een eigen ziekenauto, had centrale verwarming, een lift en een dakterras (met uitzicht). In de statuten was vastgelegd dat 20% van de winst voor de verpleegsters was. Die woonden intern op de zolderverdieping.

Dakterras met uitzicht
Het pand kreeg de uitstraling van duur hotel met luxe lobby, veel lambrisering, marmer en tapijten, en voor de eerste klas patiënten een eigen salon en suite. Zelfs tweede klasse patiënten hadden een eigen kamer. Met de lift konden patiënten en bezoekers naar het dakterras waar ze in rieten (strand)stoelen konden uitkijken over de hoveniersgronden aan de achterkant (waar nu Rembrandtkade loopt) en het Wilhelminapark aan de voorkant.

Sloop na brand
In 1950 werd het een dependance van het Diakonessenhuis dat na de oorlog een sterke groei doormaakte en extra ruimte zocht voor haar afdelingen verloskunde en gynecologie. Veel oudere buurtgenoten zijn daar ter wereld gekomen! In 1977 bouwde het Diak op eigen terrein een kraamkliniek en kwam het pand aan het park leeg te staan. Er waren plannen om het pand te herbestemmen voor appartementen, maar door brand in 1979 gingen die niet door en werden de restanten gesloopt. Pas in de jaren 90 kwamen op het braakliggende perceel zeven moderne stadsvilla’s.

Buurt: Wilhelminapark | kaart

Foto’s: De Emmakliniek aan het Wilhelminapark in 1917 met eigen ziekenauto en vier foto’s uit 1915 – Het Utrechts Archief

Luchtfoto Emmakliniek (Koningslaan 81) omstreeks 1930
Huidige stadsvilla’s op de plek van de oude kliniek – foto: Arnoud Wolff

Abdij van Oudwijk

In 1135 stichtte Mechteld, weduwe van burggraaf Arnold, een klooster voor dames van stand waar nu het buurtje Oudwijk-Noord ligt. De dames legden geen belofte van armoede af, ze mochten eigen bezit behouden. Zo konden ze comfortabel leven in dit zogenoemde wereldlijk stift. In 1173 kreeg het klooster ook een grotere, stenen kerk. Het was grotendeels zelfvoorzienend met boomgaarden, moestuinen, een eigen bakhuis en een bierbrouwerij. In de 13de eeuw werd het een benedictijner abdij (klooster met gelofte van armoede), de Sint-Stevensabdij, ook wel bekend als abdij van Oudwijk.

De Pruimeboom
In 1584 staken burgers de abdij in brand om te voorkomen dat vijandige (Spaanse) troepen zich er zouden verschansen. Later werd het landgoed in kavels verkocht en verpacht. Procureur bij de rechtbank Hiëronymus van Alphen (1746 – 1803) betrok in de 18de eeuw het oude landhuis. Hij was ook bekend als dichter van kinderversjes zoals zijn beroemde De Pruimeboom: ‘Jantje zag eens pruimen hangen, o! als eijeren zo groot …’ Naar hem is het Van Alphenplein genoemd, het kloppend hart van Oudwijk-Noord.

Huize Oudwijck
In 1864 werd het landhuis grondig verbouwd tot het witte pand dat tegenwoordig Oudwijk 19 als adres heeft, een studentenhuis met de chique naam Huize Oudwijck. In 1923 kocht de rooms-katholieke kerk een deel van de voormalige kloostergronden om er pal voor het oude landhuis de Heilig Hartkerk te stichten. Eind 20ste eeuw werd de kerk verbouwd tot appartementencomplex. De straatnamen in de buurt (Kersstraat, Braamstraat, Haagstraat etc.) herinneren nog aan het fruitige en groene verleden.

Boek
De hele geschiedenis van de abdij is na te lezen in het boek Uitzicht op Oudwijk (2021) van historica (en buurtgenote) Charlotte Broer, zie www.broerendebruijn.nl

Landhuis Oudwijk met park en vijver omstreeks 1880 – Foto: Het Utrechts Archief
Huize Oudwijck, nu studentenhuis met 11 kamers – Foto: Arnoud Wolff
Het kinderversje De Pruimeboom van Hiëronymus van Alphen
Litho van de Sint-Stevensabdij, ook wel abdij van Oudwijk genoemd, in 1572, foto: Het Utrechts Archief
Boek over de Abdij van Oudwijk