Categoriearchief: historie

Fotowedstrijd Bloeyendael

Park Bloeyendael is populair onder wandelaars. Je moet weten hoe er te komen (de ‘geheime’ onderdoorgang achter Stolberglaan), maar dan sta je plots in bloeiende natuur! Het natuurpark is 50 jaar geleden aangelegd en dat gouden jubileum mag gevierd worden! Eerste activiteit: een fotowedstrijd. Stuur een foto in die past in het thema ‘De pracht van Bloeyendael’ en maak kans om ‘m vergroot terug te zien op de jubileumdag op 26 september. Zie voorwaarden.

Rijke historie
De naam van het park is afgeleid van Bloeiendaal, de 17de eeuwse buitenplaats. Deze lag langs de Biltsestraatweg (aangelegd in 1290) ter hoogte van de Weg naar Oostbroek (nu Oostbroekselaan). In 1868 werd de buitenplaats afgebroken om plaats te maken voor een blekerij / wasserij en later een gladiolenkwekerij. In 1976, legde de gemeente in de achterliggende Johannapolder een park aan naast het nieuwe volkstuinencomplex ATV Stadion. Eind jaren 80 wilde de gemeente heel Rijnsweerd Noord – inclusief Park Bloeyendael – volbouwen met kantoren en woningen. Het plan kwam uit de koker van verzekeraar AMEV (nu ASR) dat haar hoofdkantoor had in deze polder.

Ook Dick Bruna tekent protest aan
De volkstuinders kwamen daarop in opstand. Dankzij hun protestacties als Houdt Bloeyendael Groen, een petitie met 4.500 handtekeningen en financiële steun van 500 donateurs uit Oost gingen de plannen na een lange strijd van tafel. De actiegroep werd in 1990 een formele stichting. De toen al wereldberoemde tekenaar Dick Bruna ontwierp als medestander in het protest (gratis) het parklogo, door hemzelf in 1992 onthuld.

Tram door Bloeyendael?
Vijf jaar later dreigde opnieuw gevaar: er kwamen plannen om een trambaan aan te leggen dwars door het park, met hoge kantoren aan de rand. De tram kwam er niet, Bloeyendael bleef gespaard. Wél werd kantorenpark Rijnsweerd gebouwd. Uiteindelijk werd Bloeyendael erkend als waardevol natuurpark en ontstond een bloeiende samenwerking tussen vrijwilligers en gemeente. Stichting Bloeyendael met al haar vrijwilligers is daarin nog altijd de grote aanjager.

Meer info
Paul Brassé, jarenlang vrijwilliger bij Park Bloeyendael, kent heden én historie van het natuurpark als geen ander, hij schreef er een artikel over. Lees ook meer over de roerige ontstaansgeschiedenis in de speciale Bloeyendael Bulletin uit 2015 (‘25 jaar Stichting Bloeyendael’) en het jubileumbulletin uit 2026 (‘50 jaar Park Bloeyendael’). Daarin komen o.a. de parkontwerper Hans Pemmelaar, ecologisch adviseur en imker Theo de Ronde en voorzitter in de jaren 90 Jan Weggemans aan het woord.

Dick Bruna tekende het logo – foto: Arnoud Wolff
Vrijwilligers bij het paviljoen van Bloeyendael – foto: Arnoud Wolff
Bloeyendael in 1978, twee jaar na aanleg, gezien vanuit De Bilt. Rechts de Biltse Grift en de Biltsestraatweg. De afslag leidt naar de Oostbroekselaan en Laan van Archimedeslaan. Links de volkstuinen van ATV Stadion – Foto: Het Utrechts Archief
De polder Rijnsweerd Noord in 1981, grotendeels nog onbebouwd. Foto Het Utrechts Archief
Buitenplaats Bloeiendaal na uitbreiding in 1828. Links stroomt de Biltse Grift met daarlangs het jaagpad richting De Bilt en Zeist – Litho (Houtman): Het Utrechts Archief
Muurschildering op de Eneco opslagtank in Park Bloeyendaell herinnert aan het oude buitenplaats Bloeiendael – foto: Arnoud Wolff

Melkhandel Pot

‘Drinkt melk van Pot en een lang leven is Uw lot’ Deze ijzersterke reclameslogan prijkte decennialang op een tegeltableau achter in de melkwinkel aan de Prins Hendriklaan 16, het charmante hoekpand waar tot voor kort een platenwinkel zat. De familie Pot begon de zaak in 1905. Aanvankelijk verkocht ze melk en zuivel, later kwamen daar boter, kaas en eieren bij. Uiteindelijk groeide Pot uit tot een gezellige buurtkruidenier, tot ver in de jaren 70 een begrip in Oost. Dat blijkt ook uit het In Memoriam dat na het overlijden van Klaas (Nicolaas) Pot in 1939 in het Utrechts Nieuwsblad verscheen, onder de intrigerende titel ‘Soldatenvriend heengegaan’. In 1977 besloot de tweede generatie Antoon & Jeanne de zaak te sluiten; de concurrentie van de opkomende supermarkten werd te groot.

Nu zijn we benieuwd: klopte die slogan? Zijn er nog langlevende buurtgenoten die zijn opgegroeid met melk van Pot? En welke verhalen en foto’s willen zij delen? Theo Visser werkt aan een boek over de Prins Hendriklaan en kijkt uit naar de informatie. Reacties graag via redactie@oostkrant.com.

IN MEMORIAM
SOLDATENVRIEND HEENGEGAAN
Op 63-jarigen leeftijd overleed vandaag de bekende melkboer KLAAS POT
bron: Utrechts Nieuwsblad | 2 maart 1939

De bekende melkboer uit de Prins Hendriklaan is overleden en met hem is een man heengegaan, die tot ver buiten onze stad een zekere vermaardheid bezat. Vraag aan een Geniesoldaat wie Klaas Pot in Utrecht is en hy zal prompt het antwoord geven: “Dat Is de melkboer die zulke heerlijke yoghurt heeft.” Klaas was de yoghurt-melkboer van het regiment Genietroepen (red: Kromhoutkazerne). Als de jongens na een vermoeienden dag van marcheeren, bruggernouwen en telefoonleidingenaanleggen des avonds de kazerne uitgingen, dan was bijna altyd hun eerste gang naar den winkel van Pot om een glas koele yoghurt te drinken en een gevulde koek te eten.

Pot was een melkboer in hart en nieren, een vurig propagandist voor Neerlands gezondsten drank. De leuze ‘Melk is goed voor elck’ was niet kernachtig genoeg voor Pot. In zijn winkel, waar het altijd koel en kraakhelder was, waar het koperwerk blonk als in een oud-Hollandsch binnenhuisje, was een groot tegeltableau aangebracht met het opschrift: ‘Drinkt melk van Pot – En een lang leven is Uw lot’.

De ‘zjenisten’ leefden mee met Pot en Pot leefde met de jongens van de Genie mee. Wist precies welke zware oefeningen zij het eerst zouden moeten doen en als ze dan eenmaal achter den rug waren kon hij even goed nakaarten als den besten geniesoldaat. Maar niet alleen onder de soldaten was Pot bekend. In de omgeving van zijn winkel zijn tal van sportvelden en zwemscholen. En ook de sportieve jeugd kwam bij hem als kind over de vloer. ‘Melk moet je drinken’ was zijn parool, ‘dat is goed voor iemand die aan sport doet, krijg je sterke spieren van’. Zoo heeft Pot de melkboer zijn leven lang gepropageerd voor de melk.

Vandaag is hij op 63-jarigen leeftijd overleden, na een kortstondige ziekte. Het zal vreemd zijn, als straks de zwemmers en voetballers, de geniesoldaten en anderen hem niet meer achter de schoon geboende toonbank zullen aantreffen. Eerst dan zal men recht beseffen hoezeer deze man zich bekend en populair heeft gemaakt.

Melkhandel Pot in 1968. Aan de Rembrandtkade zijn de garagedeuren nog te zien – Het Utrechts Archief
Melkhandel Pot zat dat tussen 1905 en 1977 in het hoekpand Prins Hendriklaan 16. Op het tegeltableau boven de tussendeur stond in sierletters de ijzersterke slogan: ‘Drinkt melk van Pot en een lang leven is Uw lot’ .
Mevr. Pot achter de toonbank, terwijl dhr. Pot de bestellingen rondreed in de buurt.
Melkhandel Nic. Pot in 1925. Links de garage aan de Rembrandtkade – Het Utrechts Archief
De bestelbus van Melkhandel Pot was een bekende verschijning; Willem de Zwijgerstraat – Het Utrechts Archief
In 1977 sloot de winkel definitief, met bloemen voor Antoon Pot (tweede generatie) en zijn vrouw Jeanne uit handen van burgemeester Henk Vonhoff (1931-2010) – Het Utrechts Archief

De Berekuil

De Berekuil is een oorlogskind. De bouw begon in 1941 en de intocht van de bevrijders (de Polar Baers) op 7 mei 1945 was de vuurdoop. De naam heeft overigens niks van doen met dit regiment. Al in bestekken van vóór de oorlog stond Berenkuil. In ingenieurskringen noemde men een rotonde met meerdere verdiepingen – de eerste in Nederland! – een berenkuil. De ‘n’ is later in de volksmond weggevallen.

Auto en fiets gescheiden
Dit moderne verkeersknooppunt moest de overvolle draaischijf Smakkelaarsveld in de Binnenstad ontlasten. Via de nieuwe oostelijke rondweg Rijksweg 22 kon het autoverkeer voortaan via de Berekuil naar De Bilt en Zeist (Rijksweg 25). Het ontwerp van de Rijksweg 22 voorzag in louter ongelijkvloers overgangen, zo ook bij de Berekuil. De fietsers, voornamelijk forensen vanuit Zeist en De Bilt, konden onder de autoweg door. Zo konden ze in de ‘kuil’ ook veilig van kant wisselen richting Museum- en Prinsesselaan. Voor extra veiligheid kwamen er 10 meter hoge lichtmasten van Philips, nóg een noviteit.

Waterlinieweg
Het streven naar ongelijkvloerse overgangen gaf een uitdaging bij de kruising met de Prins Hendriklaan, de uitvalsweg richting Johannapolder, de latere Uithof. Die kruising bleef lange tijd gelijkvloers totdat het aantal dodelijke ongelukken begon op te lopen. In de jaren 60 werd de Rijksweg 22 verhoogd en kwam er bij het Rietveld Schröderhuis een (te laag) viaduct, tot groot chagrijn van Gerrit Rietveld. Na de opening van de A27 (door het bos van Amelisweerd) eind jaren 80 werd de Rijksweg en de Berekuil een stuk rustiger en kreeg de eerste de naam Waterlinieweg.

Pendelbussen
De Berekuil bleek niet ongevaarlijk. Auto’s schatten de bocht wel eens verkeerd in een stortten in de kuil. Zoals de vrachtwagen met kazen in 1970. Een vangrail in de binnenbocht reduceerde dat gevaar. In de jaren 90 werd het zuidelijke fietspad omgebouwd tot passage voor autobussen die via de Biltstraat tussen Sciencepark en Centraal station pendelden.

Op 7 mei 1945 rijden de Polar Bears via de Berekuil de stad binnen – Het Utrechts Archief
Berekuil in 1950 met aan weerszijden een fietspad – Het Utrechts Archief
De Berekuil in 1949 gezien vanuit het zuiden. Linksaf de Bilstraat. De (gele) Karel Doorman flats zijn nog niet gebouwd, de Rijksweg 22 loopt hier dood – Het Utrechts Archied
Vrachtwagen met kazen uit de bocht gevlogen (1970) – Het Utrechts Archief
Aanleg viaduct bij het Rietveld Schröderhuis in 1964 (de glazen opbouw steekt rechtsachter nog boven het viaduct uit) – Het Utrechts Archief

Het (oude) Diakonessenhuis

In 1844 startte op de Springweg het eerste Diakonessenhuis in Nederland met drie diaconessen. Diaconessen (oud-Grieks voor dienaren) waren ongetrouwde protestantse zusters die als liefdewerk zieken en armen verzorgden. Barmhartigheid als levenstaak. In het begin stond het geloof centraal en vormden de diaconessen een soort van kloosterorde. Ze woonden in het moederhuis ernaast. Ze deden wijkverpleging in de hele stad. Vanaf 1845 was de medische supervisie in handen van hoogleraar Suerman (1783-1862).

Snelle groei
Het ‘concept’ van diakonessenhuizen ontstond in Duitsland in de eerste helft van de 19de eeuw. In een samenleving die won aan welvaart – mede door de Verlichting, snelle technologische vooruitgang, rationalisatie en industrialisatie – ontstond de tegenbeweging Réveil die meer aandacht vroeg voor medemenselijkheid en de zorg van met name ouderen, gevangenen, oorlogsinvaliden, zwakzinnigen, wezen, armen en zieken. In heel Europa werden daarvoor Diakonessenhuizen gesticht, het eerste in 1836 in het Duitse Kaiserseerth. In Utrecht geschreven met een ‘k’ naar het oorspronkelijke Duitse woord Diakonissenhaus.

Swellengrebel
De eerste besturende zuster en drijvende kracht was Anna Henriette Swellengrebel (1810-1874). Zij maakte in die jaren zoveel indruk in de stad, dat de vermaarde schrijver en predikant Nicolaas Beets een speciale toespraak en een grafdicht hield tijdens haar uitvaart. Het bejaardenhuis dat in 1958 de deuren opende op het terrein van het Diakonessenhuis aan de kant van de huidige Rubenslaan, Huize Swellengrebel, is naar haar vernoemd.

Koninklijke band
In 1929 opende het snelgroeiende ‘Diak’ op de huidige locatie Bosboomstraat in Oost. De band met ons protestantse koningshuis is altijd sterk geweest, daarom mocht koningin Wilhelmina in 1926 de eerste steen van het nieuwe ziekenhuis leggen. De zorg moderniseerde in de daarop volgende decennia en de rol van de zusters veranderde mee: van verzorgingshuis naar ziekenhuis.

Midden jaren 90 verbouwde het Diak ingrijpend. De weelderige tuinen, de vele beddenkamers en zelfs de grote kapel – het heilige hart van de diaconessen – maakten plaats voor poliklinieken. De focus kwam primair op medische behandelingen. ‘In het ziekenhuis wat moet, thuis wat kan’ werd het adagium van de zorg in Nederland.

De laatste diacones, zuster Ali Hendriksen ging in 1997 met pensioen, maar bleef nog jarenlang actief als vrijwilliger in het ziekenhuis. Voor diaconessen in ruste is altijd goed gezorgd. Ze verbleven in het interne zusterhuis en later in Huize Swellengrebel. Ze hebben zelfs eigen graven op Soestbergen en Kovelswade.

Het nieuwe Diak in 1930 vlak na de verhuizing naar de Bosboomstraat. Weelderige binnen- en buitentuinen droegen bij aan het herstel van patiënten – foto: Het Utrechts Archief
Diak in 1950; Rechtsoven zijn de tuinderijen nog te zien (nu: de Fockema Andrealaan, met o.a. het Bonifatius College en woonproject De Kwekerij) en linksboven de aanzet tot de Rubenslaan – Het Utrechts Archief
Diaconessen in 1908 in uitgaand tenue – foto: Het Utrechts Archief
Aankomst koningin-moeder Emma. Haar dochter Wilhelmina legde de eerste steen in 1926 – foto: Het Utrechts Archief
Diaconessen vieren de bevrijding op de Burgemeester Reigerstraat 7 mei 1945 – foto: Het Utrechts Archief
Grafdicht van Nicolaas Beets tijdens de Uitvaart van Henriëtte Swellengrebel in 1874 (deel 1)
Gedicht Nicolaas Beets tijdens de Uitvaart van Henriëtte Swellengrebel in 1874 (deel 2)
Oproep uit 1844
Het Diakonessengraf op Soestbergen – Het Utrechts Archief

Deken Roesbuurt

De parochie Onze Lieve Vrouwe had sinds 1759 een kerk aan de Biltstraat. In 1818 kreeg ze in de ‘achtertuin’ ook een eigen begraafplaats, het eerste katholieke kerkhof na de reformatie. Het besloeg – na enkele uitbreidingen tot 6.600 m2 – grofweg het gebied tussen de huidige Adriaanstraat, Sweelinckstraat en Tulpstraat. De begraafplaats raakte na 1850 vol en kon vanwege de snelle groei van Oost niet meer uitbreiden. Daarom stichtte de Utrechtse katholieke kerk in 1874 een nieuwe begraafplaats aan het einde van de Biltstraat: St Barbara. Het oude kerkhof werd gesloten. Rond 1900 werden de laatste resten geruimd om plaats te maken voor de bouw van scholen.

In 1894 had de snelgroeiende katholieke parochie haar oude kerkgebouw al vervangen door de imposante Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopening kerk (met 1.400 zitplaatsen een van de grootste van ons land), een ontwerp van Alfred Tepe, de huisarchitect van het aartsbisdom Utrecht.

Deken Roes
Rond 1900 stichtte de deken (kerkbaas) Th. Roes (1836-1913) achter deze nieuwe kerk vijf buurtscholen aan de Adriaanstraat en Pallaesstraat, naar goed katholiek gebruik jongens en meisjes apart. Voor het onderwijs ‘huurde’ hij de Zusters van Onze Lieve Vrouwe van Amersfoort in. Die kregen in ruil onderdak in het nieuwe stadsklooster te midden van de scholen, met een nieuwe weg om er te komen: de Deken Roesstraat, een verlenging van de Badstraat. In 1909 werd de weg doorgetrokken naar de nieuw aangelegde Sweelinckstraat, waarmee het laatste stukje Kerkstraat (het pad naar de OLV-kerk) verviel. Deze bouwwoede maakte van dit buurtje in Buiten Wittevrouwen een waar katholiek bolwerk.

Kerk en school gesloopt
In 1972 werd de grote kerk wegens gebrek aan bezoekers alweer gesloopt en in het klooster maakten de zusters plaats voor franciscaner monniken. Op de plek van de oude meisjesschool (School B) aan de Pallaesstraat werd in 1992 de (katholieke) Montessorischool gebouwd. De andere schoolpanden zijn in de loop der jaren verbouwd tot appartementen en kinderopvang. Het klooster, een ontwerp van Gerardus Ebbers, een leerling van Tepe, behield nog lange tijd zijn functie van godshuis totdat in 2018 de laatste monnik vertrok. Ook hier komen appartementen, hoewel de buurt protesteerde tegen sloop van met name de monumentale veranda annex compacte kloostergang.

Lezing
De buurtbewoners Eppo Groenewold en Kees Verboom gaven 27 februari 2026 tijdens het Cultuurhistorisch Café in De Wilg de lezing Roomsch Oost, een uitgebreide geschiedenis van deze buurt.

Klooster (links) aan de Deken Roesstraat met op de voorgrond de kloostertuin met moesbakken. De meisjesschool (rechts) uit 1902 aan de Pallaesstraat is in 1992 gesloopt. Daar staat nu de Montessorischool.
Situatie in 1902
OLV-kerk gezien vanuit de (onverharde) Kerkstraat, nu Sweelinckstraat – 1903
OLV-kerk aan de Biltstraat – 1908
In 2025 verzamelden werklieden kratten en zakken vol botten en schedels tijdens werkzaamheden aan het warmtenet achter het gebouw van de Montesorrischool Buiten Wittevrouwen aan de Pallaesstraat – foto: Montesorrischool

Bakkerij Do Schat

De naam Do Schat stond bijna 100 jaar op de puien van meerdere bakkerswinkels in Oost (o.a. Dillenburgstraat). Oprichter Do Schat startte de bakkerij in 1923 in de Braamstraat (Oudwijk). De zaak groeide snel, zie ook de vele bakfietsen op de jubileumfoto bij het 10-jarig bestaan in 1933.

Allinson Volkoren
Kleinzoon Huib woont nog altijd in Oudwijk vlakbij de inmiddels gesloopte bakkerij. In geuren en kleuren vertelt hij over de familiezaak. “Onze bakkerij werd echt groot toen we in de jaren ‘30 volkorenbrood naar eigen recept gingen maken met de naam Allinson Volkoren. Het ligt tot op de dag van vandaag in de schappen van Albert Heijn. Later nam mijn vader Do de zaak over samen met zijn broers Arnold en John. Op het hoogtepunt in de jaren ‘80 hadden we meer dan 20 winkels waarvan drie in Hoog Catharijne. Overigens was de bakkerswinkel P.A. Schat aan de Abstederdijk van mijn opa’s broer Piet, wat maar aangeeft dat ik van een zeer oude en wijdvertakte bakkersfamilie stam.”

Bakkersland
“In de jaren ‘70 werd onze fabriek aan de Braamstraat te klein en verhuisden we naar Overvecht. In 1992 is de zaak vanwege de onafwendbare schaalvergroting samengegaan met de landelijke keten Bakkersland. Mijn vader is Oost zijn leven lang trouw gebleven, hij woont alweer 50 jaar in de Krommerijnwijk. Recentelijk kreeg hij voor zijn 90ste verjaardag hartverwarmende berichtjes, vaak van oud-personeel of zelfs familie daarvan. Daar is ie trots op, want voor hem en de rest van de familie stond zorg voor personeel bovenaan, zelfs toen de zaak over ging in vreemde handen en uiteindelijk, ruim 10 jaar geleden, de poorten moest sluiten.”

I.M. Do Schat (1930-2026)
Do Schat had een groot sociaal hart. Een aantal jaren geleden organiseerde oud-werknemer Marzouk Zarioh met zo’n 45 oud-collega’s, allen van Marokkaanse afkomst, een reünie als eerbetoon. Daarin dankten ze hem uitvoerig voor zijn niet-aflatende steun in al die jaren, zie de toespraak die Mohammed Aamri die dag hield. Wat een baas!

Foto 1: 10-jarig bestaan Do Schat aan de Braamstraat in 1933 – Het Utrechts Archief
Foto 2: Do (junior) met zijn vrouw Corry, net 90 geworden (2020) – Michael Kars

Do Schat met zijn vrouw Corry voor hun (Oude) huis in de Krommerijnwijk 2020 – foto: Michael Kars
Do Schat tijdens de reünie met oud-werknemers die hem tot op late leeftijd op handen droegen – foto: Arnoud Wolff

De Engelse Kerk

Wat doet een Engelse Kerk in Oudwijk? Het pittoreske godshuis aan het Van Limburg Stirumplein opende haar deuren eind 1912. Het heet officieel de Holy Trinity Anglican Church. De historische vereniging Oud Utrecht schreef er in 2003 een groot artikel over. Zoveel is duidelijk: in de 19de eeuw kende Utrecht een grote gemeenschap Engelse arbeiders die hielpen bij de bouw van het spoor. Vanaf 1870 kwam daar een grote schare dienstmeisjes (gouvernantes) bij die de rijke Utrechtse families hielpen met de huishouding.

Plattelandskerk
Daniel George Bingham (1830-1913) – een Engelsman die namens de Britse investeerders orde op zaken moest stellen bij de verliesgevende Nederlandse Rhijn Spoorwegmaatschappij – zette zich in voor hun (geestelijk) welzijn. Samen met jonkheer Twiss (1852-1917) nam hij het initiatief voor een Engelse Kerk op een leeg perceel in Oudwijk. Bouwmeester Houtzager (1857-1944) ontwierp het kerkgebouw en de pastorie in laat-neogotische stijl. De typisch Engelse plattelandskerkjes waren zijn bron van inspiratie. Al snel werd de kerk wegens grote belangstelling uitgebreid én vergraaid. Zo kreeg het fraaie glas-in-loodramen van de hand van de Engelse kunstenaar Bosdet (1856-1934).

De Engelse Kerk net na oplevering – foto: Het Utrechts Archief

Laan van vele namen

Geen straat in Oost wisselde zo vaak van naam als de Prinses Marijkelaan, maar liefst vier keer! Rond 1900 was het niet meer dan een kerkenpad in het Oudwijkerveld met een rijtje arbeidershuisjes, gelegen ten noordoosten van het net aangelegde Wilhelminapark. Toch kreeg het een chique naam: Nassaulaan.

In 1929 moesten de huisjes verdwijnen, ze pasten niet meer bij de nieuwe herenhuizen in de buurt rondom het Wilhelminapark. Zo ging dat toen! Alleen het kleine winkelpand op de hoek mocht blijven staan. Na het huwelijk van Juliana en Bernhard in 1937 werd de straat omgedoopt tot Prins Bernhardlaan. Een goede aanleiding, en het beëindigde bovendien de eeuwige verwarring met de Nassaustraat iets verderop.

Nieuwe naam tijdens de bezetting
In 1942 draaiden de Duitse bezetters de wijziging weer terug: voor hen was prins Bernhard een verrader van de Duitse zaak. Om dezelfde reden werd ook het Wilhelminapark tijdelijk hernoemd tot Nassaupark. Na de bevrijding werd het weer Prins Bernhardlaan. In de jaren vijftig annexeerde Utrecht het dorp Zuilen. Dat kende óók een Prins Bernhardlaan. Om dubbele straatnamen te vermijden, volgde er nogmaals een wijziging. In 1954 werd het straatje vernoemd naar de dochter van Juliana en Bernhard: Prinses Marijkelaan.

Geen nummer 3
De straat is ook bekend om haar omstreden ex-bewoner Anton Mussert (1894-1946), oprichter en leider van de NSB. Na de sloop van de oude huisjes had hij in 1929 een van de nieuwe woningen gekocht, het vierde pand vanaf het park gezien. Vol trots had hij zijn nieuwe adres al op zijn briefpapier laten drukken. Echter kreeg het hoekhuis op het laatste moment een adres aan de (sjiekere) Koningslaan. De nummering van de toenmalige Nassaulaan begon daarom pas bij het tweede pand en daarmee zou Mussert niet op nummer 4, maar 3 komen te wonen. Oeps! Maar hij kreeg het echter voor elkaar dat huisnummer 3 werd overgeslagen. Zijn briefpapier was gered.

Nassaulaan in 1929. Op het winkelpand op de hoek na moest het hele rijtje arbeidershuisjes plaatsmaken voor woningen die beter pasten in het statige beeld van de nieuwe buurt rondom het Wilhelminapark – Het Utrechts Archief
Uittreksel uit het Adresboek Utrecht 1940: geen nr 3!

Paviljoen 100 jaar oud

Het Wilhelminapark werd in 1898, het jaar waarin Wilhelmina tot koningin werd gekroond, officieel geopend. In 1911 bouwde de gemeente een klein houten paviljoen met uitzicht op de vijver en gaf de exploitatie aan de lokale afdeling van de Volksbond tegen Drankmisbruik. Dit zogenoemde melkhuisje is in 1925 vervangen door het grotere theehuis dat wat westelijker in het park kwam te liggen. De grote eetzaal kon ook gebruikt worden voor vergaderingen, bijeenkomsten en recepties. Jarenlang werden hier rijexamens afgenomen en fungeerde het als stemlokaal.

Het beheer van het paviljoen bleef al die tijd in handen van de Volksbond tegen Drankmisbruik. Totdat de gemeente het huurcontract in 1950 opzegde. Nu is het een restaurant.

Bekijk ook het filmpje Het Paviljoen

Paviljoen net na oplevering in 1925 – Het Utrechts Archief
Melkhuisje 1911-1924 – Het Utrechts Archief

Koninginnedag 1925

Honderd jaar geleden vierden we in Oost op 31 augustus de verjaardag van koningin Wilhelmina. Hoofdprogramma in het Wilhelminapark: een gekostumeerde voetbalwedstrijd en een springconcours door wachtmeesters van de artillerie. Daar ging een militaire parade op de Maliebaan aan vooraf. Er was dat jaar geen vuurwerk in de avond om kosten te besparen, maar er waren wel ‘muzikale omgangen door de stad’ waarbij de muziekkorpsen fakkels meedroegen, aldus een bericht in het Utrechts Nieuwsblad. Naast de centrale viering in het park, organiseerden tal van straten en buurten feesten, zoals op de Abstederdijk waar kinderen mochten ‘blaastrappen’.

Opkomst buurtverenigingen
Koninginnedag vindt zijn oorsprong eind 19de eeuw met het vieren van de verjaardag van eerst prinses Wilhelmina, later Koningin Wilhelmina. In die periode wordt de nationale staat steeds belangrijker en het vieren van de verjaardag van de vorst of vorstin draagt bij aan het besef één land te zijn. Rond 1900 groeit ook Utrecht snel. Tuin- en landbouw maken plaats voor bedrijvigheid en industrie. In Oost worden buurten voor arbeiders gebouwd, waar vervolgens het verenigingsleven opkomt. Zo is er al in 1909 een buurtvereniging op de Abstederdijk. En we zien op een archieffoto uit 1913 een door de buurtvereniging Oudwijk opgerichte ereboog in de Van Alphenstraat ter viering van Koninginnedag.

Historicus en buurtgenoot Bas Nugteren schreef een artikel in de Alex 2025, uitgegeven door Oranjecomité Oost. Hierin gaat hij uitgebreid in op de (sociale) ontwikkeling van buurtverenigingen en Koninginnedag in onze wijk.

Koninginnedag 1925 in het Wilhelminapark – Het Utrechts Archief
Blaastrappen op de Abstederdijk op Koninginnedag 1925 – Het Utrechts Archief
Koninginnedag 1913 in Oudwijk Noord – Het Utrechts Archief