Categoriearchief: struikelstenen

Nacht und Nebel

Jan van Brakel (1921-1945) overleed na vele omzwervingen ernstig verzwakt in werkkamp Vaihingen nabij Stuttgart. Eerder zat hij in het beruchte Natzweiler, een zogenoemd Nacht und Nebel kamp, waar de nazi’s vooral opgepakte verzetsmensen en politieke tegenstanders interneerden om die vervolgens in Nacht und Nebel te laten verdwijnen, nazi-taal voor spoorloos. Het was een afschrikwekkende straf, omdat nabestaanden niet te weten konden komen waar een familielid verbleef, en of die überhaupt nog in leven was. Ingeval van overlijden – die kans was bijna 100% – werden plek en moment niet geregistreerd. Ze werden moedwillig vergeten.

Dagboek van Floris Bakels
En tóch weten we dat hij daar verbleef, met dank aan Floris Bakels (1915-2020). Deze verzetsman was een van de weinige overlevers van de gelieerde kampen Natzweiler en Vaihingen. In 1977 publiceerde hij zijn (dag)boek uit die tijd onder de titel Nacht und Nebel. Hij en Jan van Brakel bleken in dezelfde ziekenbarak te verblijven, sterker nog, ze sliepen boven elkaar in het stapelbed. Daardoor komt Jan van Brakel weer tot leven in meerdere passages in het dagboek. Helaas moest Floris in 1945 noteren: ’12 januari. Gisteren is Jan van Brakel gestorven. Ik ben volkomen verward. Zelfs schrijven zal niet helpen.’

Dit dagboekcitaat werd tijdens de herdenking bij Jans ouderlijk huis Stadhouderslaan 29 voorgelezen door zijn achternicht Linde Kostwinder, zie foto. Haar vader Maarten Kostwinder vertelde vervolgens de levensloop van Jan van Brakel, die een oudoom is van zijn vrouw.

In het kort:

Engelandvaarder in Parijs
Jan van Brakel groeide op aan de Stadhouderslaan 29 als zoon van professor Simon van Brakel, jurist en historicus aan de universiteit van Utrecht. Hij startte in 1941 met de studie Rechten, in Utrecht, in het voetspoor van zijn vader. In het geheim werd hij lid van het destijds verboden Utrechtse Studentencorps. In 1943 weigerde hij de loyaliteitsverklaring te tekenen die de bezetter eiste van alle studenten in Nederland.
Hij vluchtte als Engelandvaarder via de Spanje-route, maar bleef – voor de liefde – plakken in Parijs. Van daaruit begeleidde hij geregeld andere Engelandvaarders en gestrande Engelse piloten naar Spanje. Gevaarlijke missies. Op 7 maart 1944 werd hij opgepakt, belandde in het Nacht und Nebelkamp Natzweiler en overleed uiteindelijk naamloos in het gelieerde werkkamp Vaihingen. Mede dankzij het dagboek en de recente struikelsteen is Jan van Brakel niet vergeten.

Over het project Struikelstenen
Stolpersteine (stolpern is Duits voor struikelen) is een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De vierkante keien, 10x10x10 cm, hebben een messing bovenplaat met daarin een tekst gegraveerd, doorgaans de naam, geboortedatum en de plaats en datum van overlijden van slachtoffers van het naziregime. De stenen worden geplaatst in de stoep bij huizen waaruit zij zijn verdreven of vermoord. Verspreid over Europa vormen de stenen tezamen één groot monument.
[i] Overzicht van alle struikelstenen in Oost

Achternicht Linde Kostwinder leest passages voor uit het boek Nacht und Nebel – foto: Arnoud Wolff
Het citaat uit Nacht und Nebel.
Jaap Versteegh legt de struikelsteen voor zijn overleden oom Jan van Brakel- foto: Arnoud Wolff
Portret van de destijds 21-jarige Jan van Brakel – familiearchief

Afscheidsbrief van Fred

Voor het huis Oudwijk 43 zijn twee struikelstenen geplaatst ter herdenking van de voormalige huurder Frederik Meijers (1902-1943) en Rebecca Bing (1877-1943), de huishoudster van hoofdbewoner Jeannette Louise De Beer. De huidige bewoners Noëlle en Daan zijn de initiatiefnemers. “We waren altijd al geïnteresseerd in de geschiedenis van ons huis en na een reportage over struikelstenen elders in de stad vroegen we ons af: zouden hier destijds ook joodse mensen hebben gewoond?”

Afscheidsbrief met gedicht
Bij de plechtigheid was kleinzoon Micha Meijers aanwezig. Hij had een foto van zijn opa ‘Fred’ meegenomen met in de lijst een handgeschreven gedicht dat zijn opa in een afscheidsbrief over het hek in kamp Auschwitz had weten te gooien, en dat – niemand weet hoe – uiteindelijk bij zijn zonen in Nederland is beland. “En nu mijn eigen mannen, ligt het leven voor je, maak het zo goed en mooi mogelijk”, zo schreef hij in zijn laatste bange uren in 1943. Micha koestert de woorden, met name het gedicht. “Ik heb het in mijn werkkamer staan en op moeilijke moment – die iedereen heeft, zoals de dichter terecht opmerkt – pak ik het erbij. Tachtig jaar later biedt het nog altijd troost.”

Over het project Struikelstenen
Stolpersteine (stolpern is Duits voor struikelen) is een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De vierkante keien, 10x10x10 cm, hebben een messing bovenplaat met daarin een tekst gegraveerd, doorgaans de naam, geboortedatum en de plaats en datum van overlijden van slachtoffers van het naziregime. De stenen worden geplaatst in de stoep bij huizen waaruit zij zijn verdreven of vermoord. Verspreid over Europa vormen de stenen tezamen één groot monument.
[i] Overzicht van alle struikelstenen in Oost

Struikelsteen voor voormalig huurder Frederik ‘Fred’ Theodor Max Meijers op adres Oudwijk 43. Links de steen voor Rebecca Bing, de huishoudster van hoofdbewoner mevr. De Beer. In de fotolijst het handgeschreven gedicht, daarnaast een kopie van de afscheidsbrief die Fred in 1943 over het hek van Auschwitz gooide – foto: Arnoud Wolff

Koopman Frederik Meijers woonde met zijn vrouw Bertha Katie van Laar (1910-1999) en kinderen Willem (1932) en Joost (1934) op Prins Hendriklaan 77 (nu: 91). Om hun jonge kinderen veilig door de oorlog te kunnen loodsen, scheidden ze in 1940. ‘Fred’ ging op Oudwijk 43 wonen, ‘Bep’ bleef met de kinderen achter. Zij drieën overleefden – na onderduik – de oorlog. Fred werd in Rotterdam verraden, opgepakt en uiteindelijk in Auschwitz vermoord.

Kopie van de afscheidsbrief die ‘pappie’ Frederik Meijers vanuit Auschwitz stuurde aan zijn ‘liefste mannen’, de zonen Willem en Joost.
Het handgeschreven gedichtje dat Frederik Meijers doorgaf aan zijn kinderen.

Het originele gedicht Worth While van Ella Wheeler Wilcox (1850-1919)

It is easy enough to be pleasant,
When life flows by like a song,
But the man worth while is one who will smile,
When everything goes dead wrong.
For the test of the heart is trouble,
And it always comes with the years,
And the smile that is worth the praises of earth
Is the smile that shines through tears.

It is easy enough to be prudent,
When nothing tempts you to stray,
When without or within no voice of sin
Is luring your soul away;
But it’s only a negative virtue
Until it is tried by fire,
And the life that is worth the honor of earth
Is the one that resists desire.

By the cynic, the sad, the fallen,
Who had no strength for the strife,
The world’s highway is cumbered to-day;
They make up the sum of life.
But the virtue that conquers passion,
And the sorrow that hides in a smile,
It is these that are worth the homage on earth
For we find them but once in a while.

De les van Hermann Jordan

Op vrijdag 18 oktober zijn twee struikelstenen geplaatst in de stoep voor Frans Halsstraat 19, het huis met de naam Sleepy Hollow. Ze herinneren ons voortaan aan Prof. Hermann Jordan (1877-1943) en zijn vrouw Nanette Jordan – van Witsen (1871-1959) die hier jarenlang woonden totdat ze in de oorlog moesten onderduiken.

Vooraanstaand hoogleraar
De Duitse wetenschapper Hermann Jordan, een kind van een joodse moeder en een niet-joodse vader, trouwde in 1902 met de joods-Nederlandse Nanette van Witsen. Het echtpaar vestigde zich in 1914 in Utrecht. Een jaar later werd Hermann hoogleraar in de Vergelijkende Fysiologie der Dieren aan de Universiteit Utrecht. Hij onderzocht het functioneren van levende wezens. Denk aan stofwisseling en celdeling. Hij deed baanbrekende onderzoeken en publiceerde vele wetenschappelijke boeken. Daarnaast schreef hij met gezag over zijn tweede interesse: opvoeding en pedagogiek, met name Montessori onderwijs.

Jordan Lyceum
In 1943 werd Hermann – gelijk alle joodse hoogleraren – ontslagen, ondanks dat het onderzoek naar zijn joodse afkomst nog liep. Het echtpaar besloot daarop in Wageningen onder te duiken. Hermann overleed datzelfde jaar aan een hersenbloeding. Nanette en de twee kinderen overleefden de oorlog. Zoon Herman (1903-1971, met een enkele ‘n’) stichtte – geïnspireerd door het gedachtegoed van zijn vader – in 1945 een Montessori Lyceum met internaat aan de Maliebaan. Deze middelbare school verhuisde later naar Zeist, het tegenwoordige Herman Jordan Lyceum.

Lees meer over struikelstenen in Oost.

De eerste struikelsteen werd geplaatst door Henk Kummeling, rector van de Universiteit Utrecht, destijds de werkgever van Hermann Jordan. ‘We moeten als universiteit de ogen niet sluiten voor wat vroeger niet goed is gegaan.’ – foto: Arnoud Wolff
De tweede steen werd gelegd door Luise Hirsch, tevens de aanvrager van de stenen. Ze is een kleindochter van Gottwald Hirsch, destijds een medewerker van Prof. Jordan – foto: Ed Kanters
Prof Hermann Jordan in zijn laboratorium aan de Jan van Galenstraat rond 1940 – Het Utrechts Archief

Verraad in Wittevrouwen

In de stoep voor de woning Frans Halsstraat 44 zijn door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig drie struikelstenen gevoegd bij de drie die al eerder waren geplaatst voor het gezin Max, Ester en Bernard Rechter. Deze zes stenen herinneren ons voortaan aan de Joodse familie Rechter die hier in de oorlog woonde. In 1943 moesten Max, Ester en hun zoon Bernard Rechter onderduiken. Niet veel later werden ze verraden, afgevoerd en in Auschwitz vermoord, evenals de bij hen ondergedoken ouders en oom. Hun namen staan ook op het Joods Monument bij het Maliebaanstation (Spoorwegmuseum), in 2015 opgericht ter herinnering aan de deportatie van meer dan 1.200 Utrechtse Joden.

Verraden en vermoord
Het van oorsprong Poolse gezin kreeg in mei 1943 via tussenpersonen (en tegen hoge bemiddelingskosten) een onderduikadres bij de familie Spee (echtpaar met één zoon) op de Gildstraat 79 in Wittevrouwen. Een paar weken later al stonden de beruchte jodenjagers Jan Smorenburg en Gijsbert van Cleef op de stoep. De onderduikers waren vermoedelijk verraden door hun eerder zo ‘hulpvaardige’ tussenpersonen.
Het gezin en vader des huizes Peter Spee werden afgevoerd naar politiebureau Paardenveld. Via Westerbork werd het gezin op 16 november met de trein naar Auschwitz vervoerd en direct bij aankomst vergast. Max, Ester en Bernard waren toen respectievelijk 45, 43 en 16 jaar oud. Ook Peter Spee werd gedeporteerd en bezweek begin 1945 in Dachau, nog geen 46 jaar oud.

Historicus Maarten van Rossem vertelt het hele verhaal op RTVU.

Getuigenverklaring
Willem Spee, een kleinzoon van Peter Spee, is de initiatiefnemer van deze zes struikelstenen. In zijn toespraak citeerde hij uit het verhoor door de Politieke Recherche in 1946, waarin zijn oma (voluit: Maria Cornelia van Terheyden) als volgt getuigde:

“Ongeveer drie dagen voor Pinksteren 1943, de juiste datum herinner ik me niet meer, maar het was reeds laat op de avond, meende ik dat er gebeld werd aan de huisdeur. Ik sliep weer in, maar na enige tijd werd ik plotseling wakker, doordat er enige mannen voor mijn bed stonden. Op mijn vraag wat dit moest beduiden, zeiden zei: “Stil maar, moedertje, wij kwamen maar eens even kijken”. De mannen in burger gekleed liepen daarop regelrecht de kamer binnen waar de joden sliepen. Het zal ongeveer twee uur in de nacht zijn geweest, maar het juiste uur kan ik mij niet meer herinneren. Ik hoorde dat mijn man een van de rechercheurs – wat dit bleken later te zijn – met de naam Smorenburg aansprak. Ik zou die man en ook de bij hem zijnde rechercheurs, direct herkennen. (Ik, verbalisant, toon de getuige de foto van J. Smorenburg, en de foto’s van de andere rechercheurs die in die tijd de joden arresteerden, waarop zij verklaarde: “Ik herken de foto van Smorenburg en Van Kleef als de rechercheurs die bij ons de joden gearresteerd hebben”). Nadat de rechercheurs alle eigendommen van de joden bij elkaar gezocht hadden, waartoe Smorenburg zelfs op de vliering klom, hebben zij de joden met het kind en mijn man gearresteerd en overgebracht naar het Hoofdbureau van Politie te Utrecht.”

Over het project Struikelstenen
Stolpersteine (stolpern betekent struikelen) is een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De vierkante betonnen keien hebben een messing bovenplaat met daarin een tekst gegraveerd, doorgaans de naam, geboortedatum en de plaats en datum van overlijden van slachtoffers van het naziregime. De stenen worden geplaatst in de stoep bij huizen waaruit zij zijn verdreven of vermoord. Verspreid over Europa vormen de stenen tezamen één groot monument. ‘Je valt niet over de stenen, maar struikelt met je hoofd en hart over de (zwarte) geschiedenis’.

Ondergedoken in het Diak

Een druilige, herfstige vrijdagochtend, in tijden van oorlog: tegen dat sombere decor leggen nazaten van de familie Hes twee struikelstenen in de stoep van de Paulus Potterstraat voor Bernard Hes (1896-1944) en Sonja Hes (1928-1944). Kleindochter Ada Amit vertelt in haar toespraak het overlevingsverhaal van haar familie. Overigens in bijzijn van slechts een deel van haar familie, omdat het vliegverkeer vanuit Israël stil ligt vanwege de opgelaaide strijd in het Midden-Ooste.

Gebons op de deur
Marskramer (handelaar in textiel) Bernard Hes woont met zijn vrouw Selma en jonge dochters Sophie en Sonja in het hoekhuis aan de Paulus Potterstraat. Tot op een avond in augustus 1942 hard gebons: aan de deur staan twee man politie en verklikker Wim Kamp (later veroordeeld). Bernard, toen 46 jaar oud, wordt direct meegenomen en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Selma heeft hem na die avond niet meer gezien of gehoord.

Gevlucht naar het Diak
Met hulp van haar buurvrouw mevr. van der Linden vindt Selma, die lijdt aan tbc, na een paar bange dagen opvang in het Diakonessenhuis. Haar oudste dochter Sophie vindt een toevluchtsoord bij de familie Beer in Arnhem. Jongste dochter Sonja wordt via-via naar een boerderij op de Veluwe gebracht. Maar als mevr. van der Linden haar daar een tijd later opzoekt en een ondervoed, ernstig ziek meisje aantreft, neemt ze Sonja terug mee naar Utrecht en brengt haar naar hetzelfde ziekenhuis als waar haar moeder schuilt. Sonja bezwijkt daar uiteindelijk op 11 mei 1944, 15 jaar oud. Haar zus kan alleen nog afscheid van haar nemen door zich als oude vrouw te verkleden, met dank aan haar oude buurvrouw. Moeder Selma was eerder om veiligheidsredenen verhuist naar het St Antonius Gasthuis aan de Prins Hendriklaan. Zij overleeft de oorlog, evenals haar oudste dochter Sophie. Die trouwt en emigreert naar Israël.

Overlevingsverhaal
Sophie’s dochter Ada Amit legt vandaag de twee struikelstenen met haar kleinkinderen en spreekt haar dank uit naar iedereen die ze heeft mogen ontmoeten tijdens haar reis om dit overlevingsverhaal hier in Oost te kunnen vertellen. Haar kleinkinderen vertelt ze dat er in de oorlog tussen alle angst en kwaad ook goede, moedige mensen waren, die hielpen terwijl ze hun eigen leven riskeerden.

Lees hier Ada’s toespraak.
Meer info over struikelstenen in Oost.

Eerbetoon wordt bestseller

Annemarie Selinko (1914-1986) droeg in 1951 haar bestseller Désireé (meer dan 20 miljoen boeken wereldwijd verkocht) op aan haar in de oorlog vermoorde zus Liselotte. Ruim 70 jaar later volgt nóg een eerbetoon, in Oost! Op 9 juli worden voor het huis Prins Hendriklaan 91 drie struikelstenen gelegd ter herinnering aan het jonge, Joodse gezin Roeders: Liselotte, haar man Kurt en dochter Tonia. Zij woonden hier in de oorlog. In 1944 werd het gezin via Westerbork gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.

Oude foto’s
Corrie Huiding en haar man Ad achterhaalden de aangrijpende geschiedenis van het gezin Roeders en namen het initiatief voor de struikelstenen: “Sinds 2015 wordt in Utrecht Open Joodse Huizen georganiseerd. Wij doen elk jaar mee, omdat we in Wijk C in het geboortehuis wonen van de Joodse huisarts Bram Querido. Hij overleefde ternauwernood de oorlog, maar verloor – op zijn jongste zus na – zijn hele familie. In 2017 besloot ik via sociale media aandacht te geven aan het verhaal van de dokter. Nel de Jong, die ik ken van het Bartholomeus Gasthuis waar zij werkt en ik vrijwilliger ben, had mijn bericht op Facebook gelezen. Ze vertelde dat haar moeder bij een Joods gezin op de Prins Hendriklaan had gewerkt en dat ze nog oude foto’s had.”

Knap speurwerk
“Mijn man Ad werd door de foto’s getroffen, vooral door die van het dochtertje, de kleine rode krullenbol Tonia. Door het adres te combineren met de summiere gegevens op het Joods Monument bij het Spoorwegmuseum, wist hij de geschiedenis te achterhalen. Liselotte en Kurt Roeders vluchtten eind jaren 30 vanwege de opkomende naziterreur vanuit Oostenrijk naar Nederland. Ze kregen een dochter, Tonia, en huurden in 1940 in Utrecht een huis op de Prins Hendriklaan. Later werd het hele gezin gedeporteerd en in 1944 in Auschwitz vermoord.
De zus van Liselotte, Annemarie, was getrouwd met de Deen Selinko en wist via Denemarken en later Zweden te ontkomen aan de nazi’s. Zij werd een gevierd schrijver en droeg haar laatste boek Desiré op aan haar vermoorde zus.”

Lees de toespraak terug die Corrie op 9 juli 2023 onder grote belangstelling hield bij het plaatsen van de drie struikelstenen. Meer informatie en overzicht van alle 30 struikelstenen in Oost: www.oostkrant.com/struikelstenen

Over Struikelstenen
Struikelstenen is afgeleid van het Duitse Stolpersteine (stolpern betekent struikelen) en is een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De vierkante betonnen keien, 10x10x10 cm, hebben een messing bovenplaat met daarin een tekst gegraveerd, doorgaans de naam, geboortedatum en plaats-datum van overlijden van het betreffende slachtoffer van het naziregime. De stenen worden – op aanvraag – geplaatst in de stoep bij het huis waar het slachtoffer destijds woonde. Verspreid over Europa vormen de inmiddels meer dan 90.000 stenen tezamen één groot monument. Inmiddels liggen er 30 in Oost op 15 adressen (stand per 9 juli 2023).

Over het Joods Monument
In de Tweede Wereldoorlog woonden er ongeveer 1.600 Joden in Utrecht. Meer dan 1.200 zijn vermoord of overleden in de concentratiekampen. Op het Joods Monument (onthuld op 29 oktober 2015) bij het plein van het Maliebaanstation (nu Spoorwegmuseum) staan hun namen. De meeste joden werden vanaf dit station op transport gezet naar Duitsland.

Corrie Huiding spreekt de aanwezigen toe – foto: Jim Terlingen
Drie struikelstenen in de stoep voor Prins Hendriklaan 91
Joods Monument bij het Maliebaanstation

Gedicht voor Derkje

Zaterdag 22 april 2023 plaatste wethouder Schilderman voor het huis Prins Hendriklaan 50A een struikelsteen voor Derkje van Lier-Wensink (1890-1945), de moeder van verzetsstrijder Truus van Lier. Derkje kwam hier (destijds huisnr 48) direct na de geboorte van Truus in 1921 te wonen, samen met haar man, de joodse advocaat Wim van Lier, en hun oudste dochter Miek.

Truus van Lier
Haar jongste dochter Truus van Lier (1921-1943) schoot in de oorlog als daad van verzet de beruchte politiechef Kerlen neer. Ze werd niet veel later opgepakt en uiteindelijk in 1943 in Sachsenhausen geliquideerd. Lees hier het hele verhaal. In 2021 onthulde burgemeester Sharon Dijksma voor Truus een gedenkbord op dit adres, waar tegenwoordig de ticketoffice van het naastgelegen Rietveld-Schröderhuis zit.

Verdacht en afgevoerd
Nadat Truus vrij snel na de aanslag was opgepakt en vastgezet in het Huis van Bewaring in Amstelveen, bezocht Derkje haar dochter elke week. Totdat ook zij werd gearresteerd en afgevoerd, vermoedelijk omdat de Duitsers dachten dat zij betrokken was bij de aanslag. Ze stierf op 15 januari 1945 in het vrouwenkamp Ravensbrück aan uitputting, in de leeftijd van 54 jaar. Man Wim en dochter Miek overleefden de oorlog.

Levensloop en gedicht
De struikelsteen voor Derkje is een initiatief van (wijkgenoot) Jim Terlingen die veel historisch onderzoek doet naar Utrechtse joden in de oorlog. Zo schreef hij een boek over de Joodse Raad van Utrecht. Over Derkje schreef hij een uitgebreide levensloop. Hanneke van Eijken van het Utrechtse Stadsdichtersgilde schreef een gedicht over Derkje, mede geïnspireerd door een oude foto met haar man Wim in de tuin:

Derkje

in de ochtend wakker worden en beseffen
ze zijn er allemaal nog
maar buiten breken de dagen als glas

de sleutel in je hand voelen
de lakens binnen halen bij miezer
haren invlechten, soep koken
de gordijnen sluiten voor het geluid van laarzen
die stampen en knerpen op de laan

het leven steek voor steek losgetrokken zien worden
door een woede die niemand begrijpt
alles valt uiteen in kleine delen
ook voor wie weet hoe alle moleculen elkaar vasthouden

je lacht tegen de grijze lucht
op de foto in je tuin

het licht op je stoep 
trekt grove lijnen, een loper naar je huis

Toespraak onderzoeker Jim Terlingen – foto: Arnoud Wolff

Moeder Derkje, Truus van Lier en Derkje met Wim – foto: privéarchief Zegers de Beyl en Het Utrechts Archief

Schoenen voor fam. Meijers

“Dit is m’n kans!” De ogen van Riek Hoefsmit (98 jaar) lichten op, als ze terugdenkt aan het krantenartikel dat ze in 2019 onder ogen kreeg. “Ik las dat een aantal scholieren van het Bonifatiuscollege onderzoek deed naar in de oorlog gedeporteerde Utrechtse Joden. De leerlingen wilden via crowdfunding struikelstenen plaatsen ter nagedachtenis aan deze families. Ik moest onmiddellijk denken aan de familie Meijers, die destijds in de Paulus Potterstraat woonde. Wat zou het mooi zijn als er voor de deur van hun toenmalige woning óók twee struikelsteentjes geplaatst konden worden.”

Schoenen afleveren
Riek woont nog altijd in Utrecht Oost. Ze is een dochter van wijlen Johan Peer, die jarenlang een schoenmakerij had op de Jacob van Ruisdaelstraat. Toen op nr. 80, na de hernummering 112 (zie archieffoto). Daar start haar herinnering aan de familie Meijers. “Ik weet nog heel goed dat ik een paar schoenen moest afleveren, een klusje dat ik vaker deed voor mijn vader. Ik was toen een jaar of 16. De familie was een goede klant. Mevrouw Meijers deed open. Ik herinner het me zo goed, omdat ik onhandig het kleingeld liet vallen. Niet veel later moest de familie vluchten en besefte ik dat ze de schoenen wellicht zelden gedragen zullen hebben.”

Familie moet vluchten
De familie Meijers bestond uit vier personen. Vader Lion en moeder Renée, de dochters Lya en Elly. Op 18 april 1943 (de dag nadat Lya 7 en Elly 4 jaar geworden waren), werden de meisjes bij hun ouderlijk huis opgehaald door het echtpaar Jan en Wilhelmina van Hilten (uit Utrecht), goede vrienden van hun ouders. Er werd gezegd dat ze een paar dagen weg zouden gaan en dat ze hun ouders daarna weer zouden ontmoeten. Maar dat is nooit meer gebeurd …

Gevaar rond de Maliebaan
Achter op de fietsen van het echtpaar werden de meisjes naar hun eerste veilige adres gebracht bij de weduwe Ridder-den Hartogh op de Ramstraat. Zij bestierde er een pension. Een gevaarlijke plek zo vlakbij de Maliebaan met alle nazi hoofdkwartieren. Het stikte in de buurt van de Duitsers. Daarom bracht ze de zusjes elders onder: Lya bij een doktersgezin in Amersfoort en Elly bij haar eigen dochter Wijntje Griffioen-Ridder, op een boerderij bij Baambrugge.

Onafscheidelijk
Hun ouders, Lion en Renée Meijers, vluchtten in 1943 naar Brummen, hun geboortedorp. Zij vonden er een onderduikadres. Daar werden ze voor 7,50 (gulden) per ‘hoofd’ verraden door een meisje dat verkering had met een Duitser. In 1944 zijn ze – gescheiden van elkaar – in een concentratiekamp vermoord, respectievelijk 36 en 30 jaar oud. Pas na de oorlog zagen de zusjes Lya en Elly elkaar weer. In de jaren 50 emigreerden ze naar Amerika. Ze zijn onafscheidelijk tot op de dag van vandaag.

Struikelstenen geplaatst
Riek vertelt verder: “De oproep voor de crowdfunding bracht alles weer naar boven. Ik heb een persoonlijke brief geschreven en ben langs de deuren van de Paulus Potterstraat gegaan met het verzoek om mee te doen met de crowdfunding, opdat de struikelstenen gelegd konden worden. Heel fijn dat het gelukt is. Ik had rond die tijd ook een zeer waardevol contact met het Bonifatiuscollege, de leerlingen en een aantal bewoners van de Paulus Potterstraat.

Reactie vanuit Amerika
Tot mijn grote verrassing werd ik op een dag vanuit Amerika opgebeld door een enthousiaste en ontroerde Lya Frank-Meijers. Zij had gehoord dat er bij het huis van haar ouders op de Paulus Potterstraat – ter herinnering aan hen – struikelsteentjes geplaatst zouden worden. Met Lya en Elly (in Californië) heb ik sindsdien nog geregeld contact.”

Zoon Bart van de familie Griffioen heeft het hele onderduikverhaal van Elly en Lya meeslepend opgeschreven.

Update: Mevr Hoefsmit is op 7 november 2023 overleden.

Mevrouw Hoefsmit bij de struikelstenen voor de familie Meijers in 2019
Mevrouw Hoefsmit samen met Elly en Lya – foto Marijke Hoefsmit 2019
Een interview met Elly en Lya
Schoenmakerij Peer op de Jacob van Ruisdaelstraat 80 (nu 112) – foto: archief familie Hoefsmit @1953

Lien regelt struikelstenen

In 2019 deden leerlingen van het Bonifatius College waaronder de 17-jarige Lien van Rossum onderzoek naar de geschiedenis van gedeporteerde Joden in Utrecht. Zo kwamen ze op het idee om in Oost struikelstenen te laten plaatsen. Daarvoor zetten ze een crowdfunding-actie op. Met succes, want daardoor zijn in Oost een aantal struikelstenen gelegd. Lees het krantenartikel in het AD/UN van 10 januari 2019. Geïnspireerd door deze actie van de leerlingen maakte mevrouw Hoefsmit (98) zich sterk voor struikelstenen voor de familie Meijers in de Paulus Potterstraat.

Foto uit het krantenartikel AD/UN