Op een zonnige middag besluit ik om door het buurtje bij Station Vaartsche Rijn te wandelen. Ik kom er iedere dag op weg naar de studie, maar ben er nooit doorheen gelopen. Het lijken me gewone straatjes, niets aan de hand, tót ik in de Duikerstraat sta. Mijn oog valt op iets kleins en onverwachts: in een sierappelboom hangt een kopje.
Vogelvoer
Het valt op tussen de kleine, nog onvolgroeide rode vruchtknopjes. Volgens bewoonster Jeanine een idee van haar moeder. “Zij werkt als vrijwilliger op een zorgboerderij, waar ze ook kopjes verkopen. Ze vinden het leuk om als upcycling oude kopjes met vogelvoer in de boom te hangen. Vooral in de winter is dat erg gezellig, dan verzamelen alle vogeltjes zich eromheen.”
Speels en tóch praktisch
Jeanine geeft veel om de natuur, en dat zie je terug in dit straatje. “Vroeger was onze tuin helemaal betegeld,” zegt ze. “Nu groeit er een prachtige boom, en het kopje hangt er mooi in. Toch zijn de tegels niet allemáál weg, we willen hier ook nog vijf fietsen stallen.” Het is precies die mix van speels én toch praktisch die de Duikerstraat zo eigen maakt.
Onze wijk telt ruim 300 straten, elk met een eigen sfeer en karakter. Wie wonen er, wat speelt er, en wat maakt een straat nou echt die straat? Voor de rubriek Straatbeeld ga ik, Anisia de Kok, op ontdekkingstocht door de wijk. Te voet, want die dagelijkse 10.000 stappen gaan zichzelf niet halen. Ik schrijf over wat me opvalt: een gevel met karakter, een tuin, een mooie boom, of een plek waar bewoners samenkomen. Soms sta ik even stil. En af en toe bel ik – uit pure nieuwsgierigheid – aan. Dan ontstaan er korte, spontane gesprekken. Zo krijg ik Oost steeds beter in beeld.

