Met de bouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in de 19de eeuw kon ook de stad Utrecht door ondiep water verdedigd worden (inundatie). Deze uitbreiding kende echter een zwakke schakel: het hoog gelegen zuidoosten van de stad, de Houtense Vlakte.
Vier kleine forten, dicht opeen en gebouwd in de vorm van een halve maan (in het frans: lunet), de zogenoemde Lunetten, moesten daarom dit kwetsbare deel van de stad verdedigen. Zo beschermden de forten Lunet I en II de toegangsweg vanuit Bunnik/Zeist, de Koningsweg. Deze liep via een damsluisbrug over het verbindende kanaal tussen de twee fortgrachten. De naam damsluisbrug verwijst naar haar functie: in geval van dreiging kon het leger met de houten brugdelen het kanaal afsluiten en zo het omliggende gebied onder water zetten. Een ingenieus wapen.
Unesco werelderfgoed
In 1962 is de brug afgebroken en het kanaal gedempt om de drukker wordende Koningsweg recht te trekken. Toen in 2021 UNESCO de Nieuwe Hollandse Waterlinie uitriep tot werelderfgoed, kwam deze historie weer (letterlijk) boven water. Utrecht gaat de forten opknappen, evenals het gebied eromheen, inmiddels omgedoopt tot Lunettenpark. De twee fortgrachten worden weer verbonden en de ingenieuze damsluisbrug hersteld op het oude fundament.


